spijtoptanten
spijtoptant

Spijtoptanten in het voetbal (en elders): gevaarlijk spel?

22 NOVEMBER 2018

Groot nieuws in ‘Operatie Propere Handen’: spelersmakelaar Velkjovic is de eerste om het statuut van ‘spijtoptant’ te krijgen. Daarmee wordt een verdachte bedoeld die met het openbaar ministerie een deal sluit om in ruil voor het afleggen van onthullende verklaringen strafvermindering te bekomen. Verklaringen die in dit geval de voetbalwereld misschien zullen doen daveren. Meteen werd ook al verduidelijkt welke straf werd ‘afgesproken’: vijf jaar gevangenisstraf en een geldboete van 80.000 euro, beiden met uitstel, en verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die Velkjovic heeft genoten. De wettelijke regeling van spijtoptanten waarop hiervoor wordt gesteund, trad in werking op 17 augustus 2018. Niet dat er daarvoor geen enkele mogelijkheid bestond om onthullende verklaringen te belonen, want sommige specifieke wetsbepalingen voorzien dat al veel langer (bv. in de drugwet of in de hormonenwet). Toch wordt daarvan bijna nooit toepassing gemaakt, vooral omdat enkel gunsten kunnen worden verleend aan iemand die verklaringen aflegt nog voordat hij zelf vervolgd wordt. Met de regeling waarop in ‘Operatie Propere Handen’ een beroep wordt gedaan, heeft de wetgever dus een spijtoptantensysteem willen introduceren waarmee wel successen kunnen worden geboekt in de strijd tegen de (georganiseerde) criminaliteit.

De figuur van de spijtoptant (in Nederland heeft men het over de ‘kroongetuige’, in Italië over ‘pentiti’) is allerminst onbesproken. Tot voor kort stond de Belgische wetgever vrij sceptisch tegenover de invoering ervan, maar ook in de landen die wel al met spijtoptanten werkten, is al heel wat inkt gevloeid over de opportuniteiten en risico’s die dit met zich brengt.

De voordelen lijken nochtans evident. Als je een verdachte kan overtuigen om niet alleen te bekennen, maar meteen ook informatie te verschaffen die de bestraffing van anderen mogelijk maakt of waarmee zelfs misdrijven kunnen worden vermeden, waarom niet? Zeker wanneer het gaat om georganiseerde criminaliteit of terrorisme, is moeilijk te ontkennen dat informatie van binnenuit soms van onschatbare waarde kan zijn. Als daar dan iets tegenovergesteld moet worden ten voordele van de ‘verklikker’, waarom niet? Je bakt tenslotte geen omelet zonder eieren te breken.

Nadelen of risico’s zijn er echter ook, waarbij de vraag uiteraard is welke de bovenhand nemen.

Toezeggingen aan criminelen

Een eerste ethische vraag is hoever een samenleving kan gaan in het toekennen van voordelen aan criminelen. De Belgische regeling laat zeer ruime voordelen toe: in ruil voor het afleggen van de verklaringen kunnen aan een verdachte allerhande toezeggingen worden gedaan door het openbaar ministerie. Dat gaat van strafvermindering tot zelfs eenvoudige schuldigverklaring, vermindering van verbeurdverklaring of geldboete, of zelfs toezeggingen met betrekking tot de uitvoering van een reeds uitgesproken straf. Om te weten hoever men daarin kan gaan, is vooral van belang of er sprake is geweest van geweld of bedreiging bij het plegen van de feiten. Is dat niet zo, dan is zelfs een eenvoudige schuldigverklaring mogelijk. Er wordt dan helemaal geen straf opgelegd, al kan er wel worden overgegaan tot verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen en moeten uiteraard ook eventuele benadeelden vergoed worden. De deal moet wel proportioneel zijn, want dat wordt achteraf gecontroleerd door een rechter. Door het ruime karakter van de wet zal het dus vooral van de praktische toepassing en de rechterlijke controle afhangen waartoe de regeling zal leiden. Ter vergelijking: in Nederland bedraagt de maximale strafvermindering in de praktijk 50%. In Italië voorziet de wet in een maximale reductie van 2/3 van de straf, in Duitsland kan er bij ernstige feiten dan weer 25% af. Als samenleving moet men dus aanvaarden dat minstens een deel van de straf wordt kwijtgescholden, aangezien dat nu eenmaal eigen is aan het werken met spijtoptanten.

Door het ruime karakter van de wet zal het dus vooral van de praktische toepassing en de rechterlijke controle afhangen waartoe de regeling zal leiden. Ter vergelijking: in Nederland bedraagt de maximale strafvermindering in de praktijk 50%. In Italië voorziet de wet in een maximale reductie van 2/3 van de straf, in Duitsland kan er bij ernstige feiten dan weer 25% af.

Financiële beloning van spijtoptanten?

Moeilijker is de vraag of een spijtoptant ook financieel beloond mag worden voor zijn hulp aan het gerecht. De Belgische wet voorziet geen toezegging in die zin, tenzij de financiële beloning bestaat in een kwijtschelding of verlaging van verbeurdverklaring. De spijtoptantenregeling zal in de praktijk echter veelal samengaan met het getuigenbeschermingssysteem. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat afspraken over bescherming van de getuige van groot belang zijn voor de bereidwilligheid om belastende verklaringen af te leggen. In dat verband zijn wel financiële hulpmaatregelen mogelijk, hetzij eenmalig, hetzij in de vorm van een maandelijkse onderhoudsuitkering. Daarover wordt beslist door de getuigenbeschermingscommissie, waarvan het stemrecht volledig in handen ligt van het openbaar ministerie en de federale politie. Met betrekking tot de toegekende beschermingsmaatregelen geldt strikte geheimhoudingsplicht. Wanneer er in de toekomst bescherming wordt aangeboden aan spijtoptanten, zal het dus onmogelijk zijn om te weten of de getuigenbeschermingscommissie aan de getuige financiële hulpmaatregelen heeft toegekend die eigenlijk een verkapte beloning zijn voor het afleggen van belastende verklaringen. Meer transparantie wat dit betreft lijkt dus noodzakelijk. Het maatschappelijk draagvlak voor het toekennen van financiële beloningen aan spijtoptanten is immers wellicht niet al te groot. Bovendien kan het al snel leiden tot perverse neveneffecten. In Italië werden ‘pentiti’ vroeger – o ironie – wel eens vergeleken met beroepsvoetballers: sommige spelen maar in een lagere klasse, maar zij die de Champions League halen (de ‘pentiti d’oro’ of ‘gouden spijtoptanten’) konden volgens de principes van de vrije markt bijna krijgen wat ze willen. Dat is niet echt bevorderlijk voor het rechtsgevoel en het beeld van Justitie. Vooral de slachtoffers van de misdrijven gepleegd door spijtoptanten, hebben daardoor nog meer het gevoel in de kou te staan.

Wanneer er in de toekomst bescherming wordt aangeboden aan spijtoptanten, zal het dus onmogelijk zijn om te weten of de getuigenbeschermingscommissie aan de getuige financiële hulpmaatregelen heeft toegekend die eigenlijk een verkapte beloning zijn voor het afleggen van belastende verklaringen. Meer transparantie wat dit betreft lijkt dus noodzakelijk.

De zoektocht naar de interessantste verklaringen

Een andere, eigenlijk ook ethische vraag, is hoe het zit met de gelijkheid tussen verdachten. Is het aanvaardbaar dat de ene verdachte minder wordt gestraft dan de overige verdachten die misschien samen hetzelfde feit hebben gepleegd? Dat stelt wellicht minder problemen, omdat de rechtspraak ook zonder spijtoptantenregeling bij het bepalen van de gepaste straf bv. rekening kan houden met het feit dat een verdachte tot inkeer is gekomen en heeft bekend. Maar dat neemt niet weg dat het voor de overige verdachten best frustrerend kan zijn dat het openbaar ministerie hen niet heeft uitgekozen als spijtoptant en een andere wel. Al kunnen zij uiteraard ook zelf het initiatief nemen en dan komt het er vooral op aan de eerste te zijn. Maar ook dat biedt geen garantie op bereidwilligheid van de kant van het openbaar ministerie, dat dus zelf de sleutel in handen houdt om een verdachte wel of niet toegang te geven tot het statuut van spijtoptant. De vraag is of het daardoor niet te verleidelijk wordt om potentiële getuigen tegen elkaar op te zetten in de zoektocht naar de ‘interessantste’ verklaringen.

Pasmunt voor toezeggingen

Verder maakt de Belgische wet het ook mogelijk dat een spijtoptant toezeggingen krijgt voor verklaringen met betrekking tot feiten waarmee hij zelf niets te maken heeft. Anders dan bv. in Duitsland het geval is, moet er dus geen verband zijn tussen de feiten waarvan de spijtoptant zelf verdacht wordt en de feiten waarover hij een verklaring aflegt. Zo is het mogelijk dat een gedetineerde informatie die hij weet over een medegedetineerde tracht te gebruiken als pasmunt voor toezeggingen bij zijn strafuitvoering. Dat zal het leven in de gevangenis er wellicht niet eenvoudiger op maken.

Betrouwbaar of niet?

De belangrijkste kwestie echter, is ongetwijfeld de vraag hoe betrouwbaar een verklaring is van een getuige die beloond wordt om substantiële en onthullende verklaringen af te leggen. Reeds in 1985 schreef de Siciliaanse politicus en maffiakenner Michele Pantaleone in zijn boek Mafia: pentiti? over verklaringen van spijtoptanten die neerkomen op onderlinge afrekeningen, pogingen om eigen vel te redden of pogingen om de onderzoekers op een dwaalspoor te zetten. Uiteraard kan de spijtoptant beter niet liegen, want het het afleggen van onoprechte verklaringen kan leiden tot de intrekking van de toegekende voordelen. Maar kan dat volstaan om zeker te zijn dat de verklaringen volledig waarheidsgetrouw zijn? Een verklaring kan ook gedeeltelijk juist zijn, maar overdreven of gekleurd. Bij wijze van afrekening, kan de spijtoptant iemand bij de feiten betrekken die er in werkelijkheid niets mee te maken had. Of hij kan de schuld subtiel bij iemand anders leggen om de eigen rol in de feiten te minimaliseren. Uiteraard zal de rechter uiteindelijk de bewijswaarde van de verklaringen moeten beoordelen, maar bij dit alles schuilt misschien toch het gevaar dat de verklaring als het ware de referentie wordt waartegen de overige verklaringen worden afgemeten. Men zou immers kunnen denken dat de spijtoptant er geen belang bij heeft te liegen. Dat kan nochtans het geval zijn. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de motivatie bij 10% van de potentiële spijtoptanten terug te brengen is tot gevoelens van wraak en rancune. Bij 20% is niet goed vast te stellen wat de motivatie is. Bij een groot deel (30%) speelt vooral het onveiligheidsgevoel een rol: men voelt zich bedreigd en wenst bescherming. Het afleggen van voldoende belastende verklaringen kan dus een middel zijn om dat doel te bereiken. En eenmaal zo’n verklaring is afgelegd, kan de spijtoptant er eigenlijk niet meer op terugkomen, want dan riskeert hij de beloofde toezeggingen te verliezen. Zelfs een verhoor ter terechtzitting – nochtans een belangrijk recht van de verdediging die geconfronteerd wordt met belastende getuigenverklaringen – verliest daardoor aan waarde.

Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de motivatie bij 10% van de potentiële spijtoptanten terug te brengen is tot gevoelens van wraak en rancune. Bij 20% is niet goed vast te stellen wat de motivatie is. Bij een groot deel (30%) speelt vooral het onveiligheidsgevoel een rol: men voelt zich bedreigd en wenst bescherming. Het afleggen van voldoende belastende verklaringen kan dus een middel zijn om dat doel te bereiken. En eenmaal zo’n verklaring is afgelegd, kan de spijtoptant er eigenlijk niet meer op terugkomen, want dan riskeert hij de beloofde toezeggingen te verliezen.

Steunbewijs

Er is natuurlijk wel de regel dat de verklaring van de spijtoptant enkel als steunbewijs geldt. De verklaring zelf is dus onvoldoende om iemand te veroordelen. Dat doet dan weer de vraag rijzen hoe sterk het overige bewijs moet zijn. Moet dat volstaan voor een veroordeling zelfs zonder de verklaring van de spijtoptant, of mag er nog sprake zijn van twijfel die weggenomen wordt door die verklaring? Bij de totstandkoming van de spijtoptantenwet merkte de wetgever zelf op dat in de praktijk de verklaring meestal als uitgangspunt zal dienen, waarna verder bewijsmateriaal kan worden gevonden. Ook dat is nochtans niet geheel risicoloos. Stel nu even dat een spijtoptant echt iemand, samen met vele andere verdachten, in het strafrechtelijke bad wil trekken terwijl die daarin niet thuishoort. Zijn verklaring zal niet volstaan, maar wat als hij eerder ‘bewijs’ heeft neergeplant op een locatie waar men na zijn verklaring zal speuren (bv. de woning van de betrokkene)? Het wordt dan wel echt moeilijk voor die laatste om de rechter nog te overtuigen van zijn onschuld. Akkoord, dit scenario is ver gezocht. Maar het is niet helemaal ondenkbeeldig. Mag men het uitgesloten achten dat een deelnemer aan georganiseerde criminaliteit ook zijn rol als spijtoptant ‘organiseert’ door aantrekkelijke maar (al is het maar gedeeltelijk) onjuiste informatie aan te leveren waardoor (deels) onterechte veroordelingen tot stand komen? Niet alleen in voetbal is alles mogelijk, ook in strafzaken is dat zo.

Nasmaak

Of de voordelen van het werken met spijtoptanten nog wel opwegen tegen de nadelen is dus de vraag. Dat is ongetwijfeld wel zo wanneer de toepassing ervan beperkt blijft tot anders onophelderbare dossiers van zeer zware criminaliteit. Een frequenter gebruik lijkt echter niet wenselijk.  Het kan namelijk niet de bedoeling zijn dat het gegeven dat een straf wordt bepaald door het openbaar ministerie en achteraf enkel nog wordt ‘getoetst’ door de rechterlijke macht gemeengoed wordt. Dat geeft immers toch altijd een beetje een wrange nasmaak.

Het moet trouwens gezegd dat deze rechterlijke toetsing de deal voor de spijtoptant ook onzeker maakt. Als de rechter de beloofde toezeggingen niet proportioneel acht, staat de spijtoptant eigenlijk nergens. Het openbaar ministerie kan dan een nieuw voorstel doen (met minder gunstige toezeggingen), maar is daartoe niet verplicht. En dat op een ogenblik dat de verklaringen wellicht al zijn afgelegd …

Deel dit bericht

Verwante berichten

spijtoptanten Toezeggingen aan criminelen in ruil voor verklaringen in België Op 22 en 23 november 2019 vindt te Brugge de jaarlijkse bijeenkomst van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland plaats. In de afdeling strafrecht van de vereniging zal het (zowel in België als in Nederland actuele) thema van de spijtoptant worden besproken.

Het preadvies aan Vlaamse kant werd geschreven door Joachim Meese en bevat onder meer een kritische analyse van de Belgische wettelijke regeling inzake spijtoptanten.
lees meer
Spijtoptant Een spijtoptant is een verdachte die een deal sluit met het openbaar ministerie om in ruil voor het afleggen van onthullende verklaringen strafvermindering te bekomen. lees meer Justitie werkt voortaan samen met betrouwbare criminelen In aflevering 7 van het Rechtskundig Weekblad jaargang 82 verscheen een kritische kijk op twee wetten van 22 juli 2018 die op 7 augustus 2018 in het Staatsblad werden gepubliceerd. Sedert de inwerkingtreding van deze wetten op 17 augustus 2018 is het mogelijk om burgers te laten infiltreren in criminele organisaties (burgerinfiltratie) en om aan criminelen die een andere crimineel aan de galg te praten, toezeggingen te doen op vlak van straf voor de feiten die zij zelf hebben gepleegd (spijtoptanten, ook wel pentiti genoemd). lees meer Adamčo t. Slowakije: onvolkomen rechterlijke controle op getuigenbewijs afkomstig van spijtoptant schendt recht op eerlijk proces Het arrest in de zaak Adamčo t. Slowakije (EHRM 12 november 2019) is interessant omdat het Hof zich daarin onder meer uitspreekt over de gevolgen van het gebruik van een belastende verklaring afgelegd door een getuige die hiervoor als medebeklaagde zelf voordelen heeft genoten bij zijn eigen vervolging. Of eenvoudiger uitgedrukt: een spijtoptant.

Bij onze bespreking van dit arrest komen wij tot het besluit dat Belgische zaken waarin verklaringen van getuigen worden gebruikt die hiervoor voordelen hebben bekomen buiten de Belgische algemene spijtoptantenregeling om, tot heel wat discussie aanleiding lijken te kunnen geven in de toekomst.
lees meer
Bij een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf mag maar moet geen rekening worden gehouden met veroordelingen in een ander Europees land Wanneer de rechter vaststelt dat er sprake is van een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf, moet hij toepassing maken van de bestraffingsmildering voorzien in artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek. Die regel is echter niet van toepassing wanneer de eerdere feiten bestraft werden in een andere lidstaat van de Europese Unie. In een arrest van 16 januari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof vastgesteld dat die situatie niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, onder die interpretatie dat de rechter de veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie wel op een andere wijze in aanmerking kan nemen. lees meer Hoger beroep door het openbaar ministerie bij het appelgerecht In een arrest van 23 oktober 2018 heeft het Hof van Cassatie gezorgd voor meer duidelijkheid over de wijze waarop het openbaar ministerie bij het appelgerecht hoger beroep moet instellen. De eiser in cassatie, vertegenwoordigd en bijgestaan door ons kantoor, had aangevoerd dat het hoger beroep door het openbaar ministerie bij het appelgerecht onontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de akte van betekening van het hoger beroep met daarin de opgave van de grieven niet binnen de beroepstermijn ter griffie was neergelegd. Het Hof van Cassatie volgde deze redenering en vernietigde de bestreden beslissing: wanneer het openbaar ministerie hoger beroep aantekent op de wijze bedoeld in art. 205 van het... lees meer Criminis snelnieuws Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling mag per fax worden ingediend In een arrest van 3 september 2019 (P.19.0911.N) heeft het Hof van Cassatie verduidelijkt dat een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling mag worden ingediend per fax. Weliswaar moet er zekerheid zijn dat het verzoek uitgaat van de verzoeker of zijn raadsman, maar die zekerheid vereist niet dat het verzoekschrift een originele handtekening bevat van de verzoeker of zijn raadsman. lees meer Aangehoudene wiens overlevering n.a.v. een Europees aanhoudingsbevel wordt uitgesteld, moet niet noodzakelijk gedetineerd blijven In een arrest van 28 mei 2019 stelt het Grondwettelijk Hof vast dat artikel 20, §§ 2, 3 en 4, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel het gelijkheidsbeginsel schendt "in zoverre het aan de personen die krachtens een uitvoerbaar verklaard Europees aanhoudingsbevel in hechtenis worden gehouden en wier overlevering aan de uitvaardigende Staat wordt uitgesteld met toepassing van artikel 24 van de wet van 19 december 2003, opdat in België vervolging kan worden ingesteld wegens een ander feit dan dat waarop het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, niet de mogelijkheid biedt om te verzoeken om hun voorwaardelijke invrijheidstelling of om hun invrijheidstelling tegen borgstelling, noch om... lees meer regeling der rechtspleging Rechtsmiddelen in het kader van de regeling der rechtspleging In deze video verduidelijkt Joachim Meese welke rechtsmiddelen kunnen worden aangewend in het kader van de regeling der rechtspleging. Aandacht wordt daarbij met name besteed aan beslissingen tot opschorting, internering, buitenvervolgingstelling en verwijzing naar de vonnisrechter. lees meer Kan een verdachte gedwongen worden een smartphone of pc te ontgrendelen? Gelezen in HUMO: VRT-journalist Bart Aerts over de huiszoeking waarbij zijn iPhone in beslag werd genomen: “Ze hebben mij in Brugge gevraagd om mijn toegangscode en pincode op een papiertje te schrijven. Uiteindelijk heb ik mijn toegangscode gegeven. Ik was murw, ik had al die tijd niets gegeten. Ik dacht: ‘anders blijft het hier maar duren’. (…) Het gebeurde onder lichte dwang. Ze zeiden dat een team van specialisten er hoe dan ook in zou slagen mijn iPhone uit te lezen.” Hoe zit het nu eigenlijk met het uitlezen van smartphones en andere digitale apparaten in strafzaken en vooral: kan een verdachte verplicht worden om het toestel te ontgrendelen of... lees meer Criminis snelnieuws Hof van Justitie spreekt zich opnieuw uit over dataretentie In twee belangrijke arresten van 6 oktober 2020 heeft het Hof van Justitie zich opnieuw uitgesproken over dataretentie. Wij vatten de belangrijkste conclusies van deze arresten voor u samen. lees meer Uniform reglement verhoorbijstand Salduz gepubliceerd In het Staatsblad van vandaag is het "Uniform reglement verhoorbijstand Salduz in het kader van de permanentiedienst" van de Orde van Vlaamse Balies verschenen. In de toekomst zullen enkel advocaten die een bijzondere opleiding voor bijstand van verdachten tijdens het verhoor hebben gevolgd, nog ingeschreven kunnen worden op de permanentiedienst waarop een beroep wordt gedaan wanneer een advocaat wordt gezocht voor het verlenen van bijstand aan een gearresteerde verdachte. lees meer Regeling der rechtspleging De regeling der rechtspleging is de procedure die plaatsvindt op het einde van het gerechtelijk onderzoek, waarbij het onderzoeksgerecht moet nagaan of er voldoende bezwaren zijn om de de zaak te verwijzen naar het vonnisgerecht. lees meer Uitlevering van EU-onderdanen na het arrest Denis Raugevicius Wat als een Unieburger verblijft in een ander EU-land dan het zijne en er een vraag tot uitlevering wordt gericht aan dat land? Rusland vraagt bv. de uitlevering aan België van een Nederlandse onderdaan die hier verblijft of permanent woont. Kan de uitlevering dan worden toegestaan, of moet het verbod van uitlevering van eigen onderdanen dan per analogie worden toegepast op de EU-onderdaan die gebruik maakt van zijn recht van vrij verkeer?

Over deze en andere vragen leest u meer in onze recente bijdrage naar aanleiding van het arrest Denis Raugevicius van het Hof van Justitie.
lees meer
Voorrecht van rechtsmacht Voorrecht van rechtsmacht is een bijzondere procedure die gevolgd wordt voor de berechting van magistraten (rechters en parketmagistraten) en hoge functionarissen (bijv. een provinciegouverneur). Bij uitbreiding is de procedure ook van toepassing op plaatsvervangende magistraten en op eenieder die samen met een magistraat wordt vervolgd. lees meer Criminis snelnieuws Duitse parketmagistraat onvoldoende onafhankelijk om Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen In twee belangrijke arresten van 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over het uitvaardigen van een bevel tot aanhouding door een magistraat van het parket. Daar waar in België over het uitvaardigen van een (Europees) bevel tot aanhouding wordt beslist door een onderzoeksrechter, gebeurt dat in sommige landen door een magistraat van het openbaar ministerie. Daarvan zegt het Hof van Justitie dat dit niet altijd verenigbaar is met de vereisten van het Unierecht, namelijk wanneer er onvoldoende waarborgen zijn dat de betrokken parketmagistraat de beslissing volstrekt onafhankelijk kan nemen.

Deze arresten hebben uiteraard grote gevolgen voor alle lopende zaken waarin Belgische onderzoeksgerechten (en ook buitenlandse gerechtelijke autoriteiten)...
lees meer
Infiltratie op het internet Een infiltratie op het internet houdt in dat gespecialiseerde politiediensten op het internet contacten onderhouden met een of meerdere personen waarvan er ernstige aanwijzingen bestaan dat zij feiten plegen die strafbaar zijn met minstens een jaar gevangenisstraf. lees meer Deadline pilootarrest internering is verstreken Vandaag is het exact twee jaar geleden dat het pilootarrest W.D. tegen België van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) definitief is geworden. In dat arrest werd ons land veroordeeld voor de wijze waarop geïnterneerden worden behandeld in de Belgische gevangenissen. Er werd een termijn van twee jaar voorzien om orde op zaken te stellen en die termijn is nu dus voorbij.

Wij maken van de gelegenheid gebruik om de inhoud van het arrest W.D. nog even in herinnering te brengen, maar ook om stil te staan bij de figuur van het pilootarrest. En uiteraard kijken we ook even naar de huidige stand van zaken en het standpunt van het...
lees meer
Bijzondere opsporingsmethoden Er zijn vier bijzondere opsporingsmethoden: de stelselmatige observatie, de infiltratie, de burgerinfiltratie en de informantenwerking. Specifiek voor de bijzondere opsporingsmethoden is dat er gewerkt wordt met een vertrouwelijk dossier dat noch aan de partijen noch aan de vonnisrechter wordt voorgelegd. lees meer Rechter moet GAS-boete kunnen verminderen bij verzachtende omstandigheden Uit een arrest van het Grondwettelijk Hof van 23 januari 2019 (arrest nr. 8/2019) blijkt dat GAS-boetes die worden opgelegd voor inbreuken op onder meer de regels inzake het stilstaan en het parkeren, door de rechter moeten kunnen worden verminderd tot onder het minimum als er sprake is van verzachtende omstandigheden.

Indien men voor dezelfde feiten voor de politierechter in een strafprocedure verschijnt, kan de rechter de geldboete verminderen door toepassing te maken van artikel 29, § 1, eerste lid, van de Wegverkeerswet. Het zou dus niet redelijk te verantwoorden vallen om iemand die een GAS-boete krijgt voor een zelfde feit, anders te behandelen (overweging B.7 van het arrest).
lees meer
Ook de beklaagde beschikt voortaan over een volgberoep Het Grondwettelijk Hof heeft zich in een arrest van 6 juni 2019 (nr. 96/2019) nog maar eens uitgesproken over het in 2016 gewijzigde hoger beroep in strafzaken. In essentie komt deze beslissing erop neer dat het volgberoep waarover het openbaar ministerie beschikt, ook moet openstaan voor de beklaagde.

We staan stil bij de concrete gevolgen van dit arrest en de nieuwe vragen waartoe het leidt.

Onze conclusie: anders dan wat de wetgever destijds heeft aangekondigd, is het nieuwe hoger beroep geen quick win. Het is een epic fail.
lees meer
Criminis snelnieuws Een Europees onderzoeksbevel is geen Europees aanhoudingsbevel In een arrest van 8 december 2020 (C-584/19) besliste het Hof van Justitie dat een Europees onderzoeksbevel kan worden uitgevaardigd door een parketmagistraat die niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht. Anders dus dan wat werd aangenomen met betrekking tot het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel. lees meer voorrecht van rechtsmacht Kamer van inbeschuldigingstelling stuurt zaak met voorrecht van rechtsmacht opnieuw naar het Grondwettelijk Hof In een zaak behandeld door ons kantoor heeft de kamer van inbeschuldigingstelling te Gent bij arrest van 6 december 2018 (KI 2018/12/101) beslist om meer duidelijkheid te vragen aan het Grondwettelijk Hof over de toepassing van het voorrecht van rechtsmacht na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 22 maart 2018.

Met name wordt de volgende vraag voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof:

“Dient het arrest van het Grondwettelijk hof van 22 maart (GwH 35/2018) aldus begrepen te worden dat enkel een initiatief van de wetgever de vastgestelde schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door de artikelen 479, 483 en 503bis van het Wetboek van Strafvordering, vermag...
lees meer
Criminis snelnieuws Hoger beroep tegen beschikking van de raadkamer inzake internering vereist grieven In een arrest van 8 oktober 2019 (P.19.0611.N) heeft het Hof van Cassatie beslist dat het hoger beroep dat wordt ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer waarbij een beslissing wordt genomen inzake internering, slechts ontvankelijk is als er grieven worden geformuleerd tegen die beslissing. lees meer Plaatsopneming Een plaatsbezoek (soms ook een afstapping ter plaatse genoemd) houdt in dat een onderzoek geschiedt op de plaats waar het misdrijf is gepleegd of op elke andere plaats waar nuttige vaststellingen kunnen worden gedaan. lees meer Criminis snelnieuws Materiële vaststellingen in een PV met bijzondere bewijswaarde zijn niet helemaal onaantastbaar In een arrest van 6 oktober 2020 (P.20.0477.N) verduidelijkt het Hof van Cassatie dat de rechter ook bij processen-verbaal met bijzondere bewijswaarde kan oordelen dat een bepaalde vermelding erin van de politie een verschrijving inhoudt. Een dergelijke materiële vergissing kan door de rechter verbeterd worden. lees meer Veroordeling tot betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde goederen schendt de Grondwet niet In een arrest van 31 januari 2019 (nr. 16/2019) heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde goederen die kan worden uitgesproken in douanestrafzaken.

Krachtens artikel 221, § 1, van de algemene wet inzake douane en accijnzen(AWDA) dient de rechter die een in artikel 220 van de AWDA bedoeld douanemisdrijf bewezen acht, de betrokken goederen verbeurd te verklaren, waardoor de Belgische Staat van rechtswege eigenaar wordt van die goederen.

Teneinde de rechten van de Belgische Staat te vrijwaren, dient de rechter die de verbeurdverklaring uitspreekt, daaraan tevens, op vordering van de directeur der douane en accijnzen, een veroordeling te koppelen tot betaling...
lees meer
Rooman t. België: langdurige detentie zonder gepaste zorg bij gebrek aan Duitstalige zorgverleners schendt art. 3 en 5 EVRM In een arrest van 31 januari 2019 (Rooman t. België) heeft de Grote Kamer België veroordeeld wegens schending van artikel 3 EVRM (onmenselijke behandeling) en artikel 5 EVRM (onwettige vrijheidsberoving). lees meer Criminis snelnieuws Geen grievenschrift en toch ontvankelijk hoger beroep bij gebrek aan kennis vormvoorwaarden In een arrest van 20 oktober 2020 beslist het Hof van Cassatie dat het hoger beroep dat een gedetineerde zelf heeft aangetekend zonder een grievenformulier in te dienen, slechts onontvankelijk kan worden verklaard als redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de gedetineerde beklaagde op de hoogte was of kon zijn van de verplichting zulks tijdig te doen. lees meer Inkijkoperatie Bij een inkijkeropatie betreedt de politie heimelijk een private plaats om er informatie te verzamelen, te speuren naar bewijsmateriaal en eventueel bespiedingsapparatuur te plaatsen. lees meer Kobiashvili t. Georgië: over politionele informatie en onbetrouwbaar bewijs De zaak Kobiashvili t. Georgië begint op 4 juli 2004, wanneer de korpschef van de 'district police department' in Tbilisi een dringende opdracht geeft om Kobiashvili te fouilleren. De man zou namelijk in het bezit zijn van verdovende middelen die in beslag moeten worden genomen. Deze opdracht werd schriftelijk gegeven op een standaardformulier waarop de naam van de verzoeker met de hand werd ingevuld. De oorsprong van de opdracht zou terug te brengen zijn tot politionele informatie.

Bij uitvoering van deze opdracht zou gebleken zijn dat Kobiashvili inderdaad in het bezit was van 0,059 gram heroïne. Het dossier bevat ook twee verklaringen van getuigen die door de politie op straat zouden zijn...
lees meer
Criminis snelnieuws Hof van Cassatie stelt drie prejudiciële vragen over voorrecht van rechtsmacht In een zaak behandeld door ons kantoor heeft het Hof van Cassatie in een arrest van 26 november 2019 (P.19.0811.N) drie prejudiciële vragen gesteld aan het Grondwettelijk Hof over het voorrecht van rechtsmacht. In de zaak die aanleiding gaf tot het arrest, was een medeverdachte rechtstreeks gedagvaard na een gerechtelijk onderzoek gevoerd door een raadsheer-onderzoeksrechter en nadat de strafvordering lastens de houder van het voorrecht van rechtsmacht was vervallen wegens het betalen van een minnelijke schikking. lees meer Criminis snelnieuws Openbaar ministerie mag advies verlenen bij loutere afhandeling burgerlijke belangen In een arrest van 29 september 2020 heeft het Hof van Cassatie verduidelijkt dat het openbaar minsterie bij de afhandeling van de burgerlijke belangen aanwezig mag zijn ter terechtzitting en er zijn advies over de beoordeling van de burgerlijke vordering kenbaar mag maken. lees meer Criminis snelnieuws Hof van Cassatie bevestigt onmiddellijke werking soepelere procedurewet In een arrest van 5 februari 2019 (P.18.0793.N) heeft het Hof van Cassatie bevestigd dat een soepelere procedurewet onmiddellijk van toepassing is op alle hangende zaken.

Op zich lijkt dat niet verrassend, ware het niet dat het Grondwettelijk Hof in een arrest van 8 november 2018 (nr. 153/2018) nog aangaf dat de door de politiediensten en de vervolgende instanties na te leven regels betreffende de bewijsvoering van de schuld van een persoon, in beginsel niet in het nadeel van die persoon mogen worden gewijzigd met terugwerkende kracht (overweging B.24.4).
lees meer
Venet t. België: laattijdige oproeping voor zitting Hof van Cassatie schendt art. 5.4 EVRM Bij arrest van 22 oktober 2019 (Venet t. België) werd ons land veroordeeld wegens een schending van artikel 5.4 EVRM.

In casu ging het om een inverdenkinggestelde die cassatieberoep had aangetekend tegen de handhaving van zijn aanhouding door de kamer van inbeschuldigingstelling, maar niet aanwezig kon zijn ter zitting van het Hof van Cassatie door de laattijdige ontvangst van de oproeping.
lees meer
Inwinnen van bankgegevens Tijdens een strafonderzoek kunnen gegevens over bankrekeningen en banktransacties worden opgevraagd bij financiële instellingen. Ook kan er beslist worden tot het bevriezen van banktegoeden op die rekeningen, of van financiële instrumenten of bankkluizen. lees meer Criminis snelnieuws Verzoekschrift voorlopige invrijheidstelling ingediend per fax na het sluiten der griffie is neergelegd op de volgende werkdag In een arrest van 29 november 2019 verduidelijkt het Hof van Cassatie dat wanneer een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling per fax is ingediend na het sluitingsuur van de griffie (16u), de termijn van vijf dagen om uitspraak te doen over dat verzoek pas begint te lopen op de dag waarop de ontvangst van de fax op de griffie wordt vastgesteld binnen de openingsuren van de griffie. lees meer Burgerlijke partij die hoger beroep aantekent tegen buitenvervolgingstelling kan veroordeeld worden tot rechtsplegingsvergoeding In een arrest van 22 november 2018 (nr. 159/2018) heeft het Grondwettelijk Hof zich nog maar eens uitgesproken over de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken.

Het Hof komt tot het besluit dat de ontstentenis van een wetsbepaling die de kamer van inbeschuldigingstelling toelaat een rechtsplegingsvergoeding ten laste te leggen van de burgerlijke partij die, zonder daarin te worden voorafgegaan of gevolgd door het openbaar ministerie, hoger beroep instelt tegen een beschikking van de raadkamer tot buitenvervolgingstelling gewezen op een strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie en die daarbij in het ongelijk wordt gesteld, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Aangezien deze lacune is uitgedrukt in voldoende nauwkeurige en volledige bewoordingen, staat het aan de...
lees meer
Informantenwerking De informantenwerking houdt in dat er regelmatige contacten plaatsvinden tussen betrouwbaar geachte informanten en een informantenbeheerder (ook wel informantenrunner of contactambtenaar genaamd). lees meer Criminis snelnieuws Hoger beroep tegen schuldigverklaring en schadevergoeding vereist afzonderlijke grieven Alhoewel het grievenstelsel al van toepassing is sinds 1 maart 2016, worden er bij het aantekenen van hoger beroep nog steeds fouten begaan die grote gevolgen kunnen hebben. Een arrest van het Hof van Cassatie van 1 december 2020 heeft dit nog maar eens aangetoond. lees meer Het getuigenverhoor à décharge na het arrest Murtazaliyeva Op 26 februari 2019 verduidelijkte het Hof van Cassatie met welke elementen de strafrechter rekening moet houden bij zijn beslissing om een getuige à décharge al dan niet te horen.

In deze bijdrage gaan we wat dieper in op de vraag hoe over diezelfde vraag werd geoordeeld door de Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het arrest Murtazaliyeva (EHRM 18 december 2018, Murtazaliyeva t. Rusland).

Terloops maken we ook even melding van een arrest van het EHRM van 7 maart 2019 in de zaak Abdullayev t. Azerbeidzjan.
lees meer
Criminis snelnieuws Dzivev e.a.: verplichting om btw-inbreuken doeltreffend te bestrijden verzet zich niet tegen uitsluiting onrechtmatig verkregen bewijs In de zaak Dzivev en andere (C-310/16) heeft het Hof van Justitie op 17 januari 2019 een interessant arrest uitgesproken over de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale strafzaken. In dit geval ging het om een onwettige beslissing tot telefoontap.

Het Hof stelt in essentie vast dat de lidstaten weliswaar moeten zorgen voor een daadwerkelijke bestrijding van inbreuken op de btw-wetgeving, maar dat dit niet verhindert dat onrechtmatig verkregen bewijs wordt uitgesloten, ook al is dat het enige bewijs op grond waarvan de verdachte kan worden veroordeeld.
lees meer
Over nummerplaten, privacy en de verkeersboete Er is de voorbije week heel wat te doen geweest over de arresten van het Hof van Cassatie van 13 december 2016 aangaande de identificatie van de houder van een nummerplaat door de politie. Meteen hadden heel wat burgers vragen bij de rechtsgeldigheid van de verkeersboetes die in het verleden werden betaald of die nog te betalen vallen. lees meer Criminis snelnieuws Weigering om getuige à décharge te horen vereist concrete motivering Over de verplichting van de vonnisrechter om getuigen à charge te horen wanneer de beklaagde daarom verzoekt, is het standpunt van de rechtspraak ondertussen genoegzaam bekend. Gaat het echter om een vraag tot het horen van een getuige à décharge, dan is de toestand iets anders.

Een arrest van 26 februari 2019 van het Hof van Cassatie (P.18.1028.N) brengt daarover nu verheldering.
lees meer
Geen beperking voor opschorting en uitstel bij drugfeiten maar wel bij druggerelateerde feiten: niet ongrondwettig In een arrest van 6 december 2018 (nr. 176/2018) heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de vraag of het feit dat de Probatiewet alleen de beklaagde die vervolgd wordt wegens een overtreding van de Drugswet toelaat het voordeel te genieten van opschorting en uitstel van de uitspraak, zelfs indien hij niet voldoet aan de bij de artikelen 3 en 8 van die wet gestelde voorwaarden met betrekking tot de vroegere veroordelingen, terwijl die gunst wordt geweigerd aan de beklaagde die andere misdrijven heeft gepleegd met het oog op zijn eigen drugsgebruik. lees meer Ook hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als gedaan beschouwt, maakt grond van de zaak aanhangig In een arrest van 26 september 2019 zegt het Grondwettelijk Hof dat artikel 187, §9, 2e lid van het Wetboek van Strafvordering de Grondwet schendt "in zoverre het niet bepaalt dat een hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als gedaan beschouwt, inhoudt dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep wanneer die laatste het verzet voor het eerst ongedaan verklaart in hoger beroep".

Wij geven wat toelichting bij deze beslissing.
lees meer
Europees aanhoudingsbevel Een Europees aanhoudingsbevel maakt het mogelijk een verdachte te arresteren in een Europese lidstaat en over te leveren aan een andere lidstaat met het oog op vervolging of strafuitvoering. lees meer Minnelijke schikking Een minnelijke schikking houdt in dat het openbaar ministerie aan de verdachte voorstelt om een geldsom te betalen waarmee de strafvordering komt te vervallen. lees meer Afschaffing onmiddellijk cassatieberoep inzake uithandengeving is ongrondwettig In een arrest van 25 oktober 2019 oordeelt het Grondwettelijk Hof dat het feit dat geen onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de beslissing tot uithandengeving, niet verenigbaar is met de Grondwet.

Het concreet gevolg van dit arrest is dat artikel 420 van het Wetboek van Strafvordering voortaan geen hinderpaal meer kan vormen voor het op ontvankelijke wijze instellen van een onmiddellijk cassatieberoep tegen beslissingen tot uithandengeving.
lees meer
Stirmanov t. Rusland: procureur die zich uitspreekt over schuld aan verjaarde feiten schendt het vermoeden van onschuld In een arrest van 29 januari 2019 (Stirmanov t. Rusland) heeft het EHRM Rusland veroordeeld wegens een miskenning van het vermoeden van onschuld. De aanleiding tot die veroordeling was een beslissing van een Russische procureur om geen onderzoek te openen wegens verjaring. In die beslissing werd namelijk duidelijk standpunt ingenomen over de schuld van de verdachte. lees meer