Minnelijke schikking en vermoeden van onschuld

28 SEPTEMBER 2019

Overeenkomstig artikel 6.2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) wordt eenieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Een verdachte geniet dus van het vermoeden van onschuld en dat vermoeden kan enkel worden weerlegd door een definitieve rechterlijke beslissing waarin de schuld is komen vast te staan.

Het vermoeden van onschuld is verder ook opgenomen in artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 14.2 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 11.1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het vermoeden van onschuld houdt onder meer in dat ervoor gezorgd moet worden dat een verdachte of beklaagde in openbare verklaringen van overheidsinstanties niet als schuldig wordt aangeduid zolang zijn schuld niet in rechte is komen vast te staan (zie bv. ons eerder bericht inzake EHRM 29 januari 2019, Stirmanov t. Rusland).

Dit blijkt ook duidelijk uit artikel 4, 1e lid van de richtlijn 2016/343 (richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn), dat vooropstelt dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat een verdachte of beklaagde in andere rechterlijke beslissingen dan die welke betrekking hebben op de vaststelling van schuld, niet als schuldig wordt aangeduid zolang zijn schuld niet in rechte is komen vast te staan.

Het vermelden van mededaders in een minnelijke schikking

In een arrest van 5 september 2019 (zaak C-377/18) deed het Hof van Justitie een interessante uitspraak over de draagwijdte van die verplichting. Met name werd beslist dat artikel 4, 1e lid van de richtlijn 2016/343 “zich niet ertegen verzet dat een schikking waarin de verdachte in ruil voor strafvermindering zijn schuld erkent, die door een nationale rechter moet worden goedgekeurd, uitdrukkelijk als mededaders van het betrokken strafbare feit niet alleen die verdachte vermeldt, maar ook andere verdachten die hun schuld niet hebben erkend en worden vervolgd in het kader van een afzonderlijke strafprocedure, op voorwaarde dat ten eerste die vermelding noodzakelijk is voor de kwalificatie van de juridische aansprakelijkheid van de persoon die deze schikking heeft gesloten en ten tweede diezelfde schikking duidelijk aangeeft dat deze andere verdachten worden vervolgd in het kader van een afzonderlijke strafprocedure en hun schuld niet in rechte is komen vast te staan.”

Deze beslissing kwam er op prejudiciële vraag gesteld door een strafrechter uit Bulgarije. Artikel 381, 7e lid van het Bulgaars wetboek van strafvordering (‘Nakazatelno-protsesualen kodeks’) voorziet dat wanneer een strafprocedure betrekking heeft op meerdere personen, er een minnelijke schikking wordt gesloten met enkelen van hen. Naar Bulgaars recht vereist het sluiten van een minnelijke schikking dat de verdachte erkent schuldig te zijn. In de zaak die aanleiding gaf tot de vraag, was er sprake van vervolging van zes verdachten die allen lid zouden geweest zijn van een criminele organisatie. Slechts één van hen (M.H.) wenste een minnelijke schikking af te sluiten, waarvoor de andere vijf verdachten hun ‘procedurele toestemming’ hebben verleend (zie randnr. 20 van het arrest). Alhoewel die vijf verdachten nog verder vervolgd moesten worden en er dus nog geen uitspraak was gedaan over hun schuld (die zij ook niet erkend hadden), werden zij wel met naam en toenaam vermeld in de minnelijke schikking die M.H. met het openbaar ministerie had afgesloten. De Bulgaarse strafrechter vroeg zich af of dit niet in strijd was met het vermoeden van onschuld.

Volgens het Hof van Justitie kan een vermelding van andere daders in de minnelijke schikking wel, op voorwaarde dat ten eerste deze vermelding noodzakelijk is voor de kwalificatie van de juridische aansprakelijkheid van de persoon die deze schikking heeft getroffen en ten tweede diezelfde schikking duidelijk aangeeft dat deze andere verdachten in het kader van een afzonderlijke strafprocedure worden vervolgd en hun schuld niet in rechte is komen vast te staan (randnr. 45 van het arrest). De rechter die een minnelijke schikking homologeert, moet er dus op toezien dat aan deze voorwaarden is voldaan. Die verplichting geldt uiteraard ook voor Belgische strafrechters.

Meer weten over de minnelijke schikking naar Belgisch recht? Raadpleeg de pagina ‘minnelijke schikking‘ uit ons trefwoordenregister.

Deel dit bericht

Met Criminis snelnieuws proberen we u zo snel mogelijk in kort bestek op de hoogte te brengen van nieuwe evoluties in het strafrecht.

Hebt u zelf nieuws dat hiervoor in aanmerking komt?

Laat het ons weten

Blijf op de Hoogte!

Wenst u graag op de hoogte te blijven van belangrijke nieuwe wetgeving of rechtspraak in het strafrecht, of van nieuwe publicaties of lezingen van Joachim Meese, meld u dan aan voor onze berichtgeving.

Wij respecteren uw privacy. U kan bij elke mail heel eenvoudig uw inschrijving stopzetten of uw voorkeuren aanpassen. U ontvangt dus van ons nooit meer mails dan u wenst.

CONTACT

bvba Joachim Meese
Beukenpark 111
B-9880 Aalter
tel +32 (0)475 39 54 10
fax +32(0)9 395 46 92
advocaat@jmeese.be

VOLGENDE LEZING

REKENINGEN

Kantoorrekening
IBAN BE61 6511 4711 1317
BIC KEYTBEBB

Derdenrekening
IBAN BE63 6301 9510 0708
BIC BBRUBEBB

RECENTSTE CRIMINISBERICHT

NIEUWSTE PUBLICATIE

LAATSTE TWEETS

© 2018-2019 bvba Joachim Meese | KBO 0821.420.546 | Privacy verklaring | Disclaimer | Verklarende woordenlijst

Blijf op de Hoogte!

Wenst u graag op de hoogte te blijven van belangrijke nieuwe wetgeving of rechtspraak in het strafrecht, of van nieuwe publicaties of lezingen van Joachim Meese, meld u dan aan voor onze berichtgeving.

Wij respecteren uw privacy. U kan bij elke mail heel eenvoudig uw inschrijving stopzetten of uw voorkeuren aanpassen. U ontvangt dus van ons nooit meer mails dan u wenst.

CONTACT

bvba Joachim Meese
Beukenpark 111
B-9880 Aalter
tel +32 (0)475 39 54 10
fax +32(0)9 395 46 92
advocaat@jmeese.be

REKENINGEN

Kantoorrekening
IBAN BE61 ‍6511 4711 1317
BIC KEYTBEBB

Derdenrekening
IBAN BE63 ‍6301 9510 0708
BIC BBRUBEBB

VOLGENDE LEZING

RECENTSTE CRIMINISBERICHT

NIEUWSTE PUBLICATIE

LAATSTE TWEET

© 2018-2019 bvba Joachim Meese | KBO 0821.420.546