Bij een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf mag maar moet geen rekening worden gehouden met veroordelingen in een ander Europees land

22 JANUARI 2020

In een arrest van 16 januari 2020 (nr. 8/2020) heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de vraag of artikel 99bis, tweede lid van het Strafwetboek al dan niet een schending van het gelijkheidsbeginsel oplevert. Die bepaling stelt voorop dat de regel dat met veroordelingen die uitgesproken zijn in een ander land van de Europese Unie rekening wordt gehouden als was het een Belgische beslissing, niet van toepassing is op het geval bedoeld in artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek. Die laatste bepaling luidt als volgt:

Wanneer de feitenrechter vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houdt hij bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen. Indien deze hem voor een juiste bestraffing van al de misdrijven voldoende lijken, spreekt hij zich uit over de schuldvraag en verwijst hij in zijn beslissing naar de reeds uitgesproken straffen. Het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste straf niet te boven gaan.

Artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek heeft dus betrekking op de mildering van de straf die mogelijk is wanneer men te maken heeft met een zogenaamd laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf.

Geen schending van de Grondwet

Het Grondwettelijk Hof stelt vast dat het feit dat deze milderingsregeling niet moet worden toegepast wanneer men te maken heeft met een eerdere veroordeling in een ander land van de Europese Unie, geen schending oplevert van de Grondwet. Weliswaar is er sprake van een verschil in behandeling, maar dat verschil berust op een objectief criterium (overweging B.7.1. van het arrest) en is pertinent om de nagestreefde doelstelling (namelijk het verhinderen dat in bepaalde gevallen de rechter geen straf meer zou kunnen opleggen) te verhinderen (overweging B.7.2).

Het voorgaande betekent echter niet dat de rechter geen rekening zou mogen houden met de buitenlandse veroordeling. Het Grondwettelijk Hof wijst er met name op dat de uitsluiting van artikel 99bis, tweede lid van het Strafwetboek de rechter niet verhindert om de veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie op een andere wijze in aanmerking te nemen (overweging B.7.3). Het is dan ook onder voorbehoud van deze interpretatie dat geen schending van het gelijkheidsbeginsel wordt aangenomen.

De vraag is natuurlijk hoe de mogelijkheid om de eerdere veroordeling op een andere wijze in aanmerking te nemen, nu moet worden begrepen. Zolang de rechter niet onder het strafminimum gaat, kan hij uiteraard altijd rekening houden met die veroordeling. Moeilijk wordt het echter als hij daaronder wil gaan, of zelfs vindt dat er al voldoende gestraft is. Wanneer de redenering van het Grondwettelijk Hof in dat scenario wordt doorgetrokken, zou de rechter in dat geval dus moeten kunnen beschikken over de mogelijkheid om een eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken, of een straf onder het wettelijk minimum. Dat is echter wettelijk niet voorzien en zou dan al – zoals in 1994 al eens gebeurde met betrekking tot de redelijke termijn – op jurisprudentiële wijze moeten worden aangenomen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd …

Deel dit bericht

Met Criminis snelnieuws proberen we u zo snel mogelijk in kort bestek op de hoogte te brengen van nieuwe evoluties in het strafrecht.

Hebt u zelf nieuws dat hiervoor in aanmerking komt?

Laat het ons weten

Blijf op de Hoogte!

Wenst u graag op de hoogte te blijven van belangrijke nieuwe wetgeving of rechtspraak in het strafrecht, of van nieuwe publicaties of lezingen van Joachim Meese, meld u dan aan voor onze berichtgeving.

Wij respecteren uw privacy. U kan bij elke mail heel eenvoudig uw inschrijving stopzetten of uw voorkeuren aanpassen. U ontvangt dus van ons nooit meer mails dan u wenst.

CONTACT

bvba Joachim Meese
Beukenpark 111
B-9880 Aalter
tel +32 (0)475 39 54 10
fax +32(0)9 395 46 92
advocaat@jmeese.be

VOLGENDE LEZING

  • agenda

REKENINGEN

Kantoorrekening
IBAN BE61 6511 4711 1317
BIC KEYTBEBB

Derdenrekening
IBAN BE63 6301 9510 0708
BIC BBRUBEBB

RECENTSTE FOCUSARTIKEL

NIEUWSTE PUBLICATIE

LAATSTE TWEETS

© 2018-2020 bv Joachim Meese | KBO 0821.420.546 | Privacy verklaring | Disclaimer | Verklarende woordenlijst

Blijf op de Hoogte!

Wenst u graag op de hoogte te blijven van belangrijke nieuwe wetgeving of rechtspraak in het strafrecht, of van nieuwe publicaties of lezingen van Joachim Meese, meld u dan aan voor onze berichtgeving.

Wij respecteren uw privacy. U kan bij elke mail heel eenvoudig uw inschrijving stopzetten of uw voorkeuren aanpassen. U ontvangt dus van ons nooit meer mails dan u wenst.

CONTACT

bvba Joachim Meese
Beukenpark 111
B-9880 Aalter
tel +32 (0)475 39 54 10
fax +32(0)9 395 46 92
advocaat@jmeese.be

REKENINGEN

Kantoorrekening
IBAN BE61 ‍6511 4711 1317
BIC KEYTBEBB

Derdenrekening
IBAN BE63 ‍6301 9510 0708
BIC BBRUBEBB

VOLGENDE LEZING

  • agenda

RECENTSTE FOCUSARTIKEL

NIEUWSTE PUBLICATIE

LAATSTE TWEET

© 2018-2020 bv Joachim Meese | KBO 0821.420.546