smartphone
smartphone

Kan een verdachte gedwongen worden een smartphone of pc te ontgrendelen?

5 OKTOBER 2017

Deze week in HUMO: VRT-journalist Bart Aerts over de huiszoeking waarbij zijn iPhone in beslag werd genomen: “Ze hebben mij in Brugge gevraagd om mijn toegangscode en pincode op een papiertje te schrijven. Uiteindelijk heb ik mijn toegangscode gegeven. Ik was murw, ik had al die tijd niets gegeten. Ik dacht: ‘anders blijft het hier maar duren’. (…) Het gebeurde onder lichte dwang. Ze zeiden dat een team van specialisten er hoe dan ook in zou slagen mijn iPhone uit te lezen.”

Hoe zit het nu eigenlijk met het uitlezen van smartphones en andere digitale apparaten in strafzaken en vooral: kan een verdachte verplicht worden om het toestel te ontgrendelen of de code te geven?

Een massale bron van informatie

De hoeveelheid gegevens die vandaag de dag op een smartphone worden opgeslagen, is enorm. Het gaat daarbij uiteraard al lang niet meer enkel over de traditionele telefoniegegevens (zoals het tijdstip en de duur van een gesprek of de inhoud van tekstberichten). Bij zowat iedereen biedt de smartphone ook toegang tot e-mails, surfgedrag, foto’s en zelfs bezochte locaties. Ook het opslaan van medische gegevens (hartslag, calorieverbruik, …) vindt meer en meer toepassing. En dan zijn er uiteraard nog talloze apps waarin allerhande gegevens kunnen worden bewaard.

Het spreekt dus voor zich dat de inhoud van een smartphone of andere toestellen (bijv. een smartwatch of een tablet, maar evenzeer een laptop of desktop) voor opsporinsinstanties een bijzonder belangrijke bron van informatie kan opleveren. Daar staat ook tegenover dat de inbreuk op de privacy die met het doorzoeken van een smartphone gepaard gaat, immens kan zijn.

Face ID, Touch ID, passcode

Uiteraard kunnen deze toestellen wel in beslag worden genomen in het kader van een strafonderzoek, maar dat betekent nog niet noodzakelijk dat de onderzoekers daarmee ook kennis kunnen nemen van de inhoud ervan. De meeste toestellen zijn immers vergrendeld en kunnen maar worden ontgrendeld door het ingeven van een wachtwoord of door gebruik te maken van biometrie. Het gebruik van vingerafdrukken is intussen al ingeburgerd sedert de invoering van Touch ID. Recent werd ook Face ID aangekondigd, waarbij het zal volstaan dat de gebruiker een iPhone aankijkt om die te ontgrendelen.

Alhoewel de inhoud van een smartphone erg regelmatig wordt gebruikt in strafzaken, is het opvallend dat daarbij zelden de vraag aan bod komt of een verdachte eigenlijk wel kan gedwongen worden om de onderzoekers toegang te verschaffen tot zijn smartphone (of eender welk ander toestel). Het antwoord op die vraag is echter niet zo voor de hand liggend.

Er moet op gewezen worden dat onderzoekers in elk geval de inhoud van een of ander in beslag genomen toestel mogen raadplegen wanneer zij dat kunnen doen. Is het toestel niet beveiligd met een wachtwoord of toegangssysteem, dan belet niets de onderzoekers het toestel te onderzoeken of de inhoud ervan te kopiëren. Is er wel sprake van beveiliging, dan kunnen de onderzoekers sedert de wet digitaal speurwerk van 25 december 2016 trachten de beveiliging op te heffen, bijv. door het gebruik van decryptiesoftware of zelfs malware.

Hacking door de politie

Alvorens die vraag te beantwoorden, moet erop gewezen worden dat onderzoekers in elk geval de inhoud van een of ander in beslag genomen toestel mogen raadplegen wanneer zij dat kunnen doen. Is het toestel niet beveiligd met een wachtwoord of toegangssysteem, dan belet niets de onderzoekers het toestel te onderzoeken of de inhoud ervan te kopiëren. Is er wel sprake van beveiliging, dan kunnen de onderzoekers sedert de wet digitaal speurwerk van 25 december 2016 trachten de beveiliging op te heffen, bijv. door het gebruik van decryptiesoftware of zelfs malware (art. 39bis, §5 Wetboek van Strafvordering).

Meer nog, men kan zelfs trachten vanop afstand heimelijk toegang te verkrijgen tot een computersysteem (bijv. een smartphone) door middel van hacking. Op die manier kan niet alleen de inhoud van dat systeem worden geraadpleegd, maar kan men ook in real time volgen wat er op het toestel gebeurt (art. 90ter en volgende Wetboek van Strafvordering). De ultieme observatie dus: niet enkel afluisteren, maar meteen ook locatiegegevens bekomen en allerhande andere gegevens.

Verplichte medewerking van de verdachte?

Terug naar de hoger gestelde vraag. Is er geen sprake van een heimelijke hacking, maar van een eenvoudige inbeslagname van een toestel dat vergrendeld is, dan zijn er voor de onderzoekers twee opties. Ofwel slagen zij er zelf in om toegang te verkrijgen tot het toestel, ofwel vragen zij de verdachte het toestel te ontgrendelen of het wachtwoord of de code op te geven.

De eerste optie is niet zo voor de hand liggend. Een degelijk aangemaakte code is heden ten dage immers niet eenvoudig te kraken. De tweede optie levert geen probleem op als de verdachte vrijwillig instemt, maar wat als hij weigert?

Een pasklaar antwoord op die vraag biedt de wet niet.

Art. 88quater, §2 van het Wetboek van Strafvordering voorziet wel in de mogelijkheid om bepaalde personen te verplichten om mee te werken aan een zoeking in een informaticasysteem door zelf het systeem te bedienen. De weigering dat te doen, is strafbaar. Een dergelijk bevel kan echter niet worden gegeven aan de verdachte of zijn familieleden (namelijk de bloedverwanten in de opgaande of de nederdalende lijn, de broers en zussen of aanverwanten in dezelfde graad, en de vrouw of man, zelfs na echtscheiding).

Daarnaast voorziet art. 88quater, §1 van het Wetboek van Strafvordering in een medewerkingsverplichting voor eenieder die een bijzondere kennis heeft van het te onderzoeken systeem (bijv. softwarespecialisten of beveiligingsexperten). Met betrekking tot die verplichting is niet uitdrukkelijk vermeld dat het bevel niet aan de verdachte of zijn familie kan worden gegeven. Het hof van beroep te Gent besliste alvast dat deze bepaling niet zo kan worden gelezen dat de verdachte kan worden gestraft als hij weigert zijn logingegevens op te geven (Gent 23 juni 2015, NJW 2016, 134 en T.Strafr. 2016, 239).

Nemo tenetur en zwijgrecht

Dat het moeilijk ligt een verdachte te verplichten om zijn logingegevens prijs te geven, heeft te maken met het beginsel nemo tenetur. Dat houdt in dat de overheid niemand kan dwingen zichzelf te incrimineren. Het beginsel is ruimer dan het loutere recht om te zwijgen, maar houdt daarmee wel verband. Deze principes behoren tot de internationaal erkende standaarden die de kern uitmaken van het recht op een eerlijk proces. Ze dragen ertoe bij dat een verdachte beschermd wordt tegen fysieke of psychische druk om mee te werken aan de bewijsvoering en zetten er de overheid toe aan om de schuld van de verdachte te bewijzen zonder zich te beroepen op middelen die ingaan tegen de vrije wil van de verdachte. Verder is er ook een verband met het vermoeden van onschuld en het feit dat de bewijslast op de schouders van de overheid rust. De overheid mag die bewijslast niet omdraaien door de verdachte te verplichten tot medewerking.

Of de verplichting tot medewerking de vrije wil aantast, blijkt voor het EHRM (Europees Hof voor de Rechten van de Mens) belangrijk te zijn. Daarom is verboden om een verdachte te dwingen een verklaring af te leggen (zie bijv. EHRM 21 december 2000, Heany & McGuiness t. Ierland). Wat wel kan, is het toepassen van dwang om bewijs te verzamelen dat bestaat onafhankelijk van de vrije wil van de verdachte. Hij kan dus gedwongen worden iets te doen voor zover dat niet leidt tot een onmenselijke of vernederende behandeling of tot een aantasting van de fysieke of psychische integriteit en voor zover het geen dwang betreft om te spreken. Men kan een verdachte dus dwingen om bloed of speeksel af te staan of een urinetest of een stemtest te ondergaan, maar men mag hem bijv. geen braakmiddel toedienen om zijn maaginhoud te kunnen controleren (EHRM 11 juli 2006, Jalloh t. Duitsland). Bij die beoordeling komt wel wat casuïstiek te pas. Het EHRM zal namelijk nagaan of het gebruik van dwang niet heeft geleid tot een al te grote aantasting (of zelfs uitholling) van het zwijgrecht en van het recht om niet te worden gedwongen mee te werken aan de eigen veroordeling. Daarbij worden verschillende factoren in rekening gebracht: de aard en de intensiteit van de gebruikte dwang, het bestaan van procedurele waarborgen die gepaard gaan met de dwanguitoefening en het gebruik van het aldus bekomen bewijs in de strafzaak (bijv. EHRM 29 juni 2007, O’Halloran & Francis t. het Verenigd Koninkrijk).

Toepassing op computersystemen?

Alhoewel er nog geen rechtspraak is van het EHRM waarbij deze principes worden toegepast op de verplichting tot ontgrendeling van computersystemen, lijken de volgende uitgangspunten waarschijnlijk wanneer voortgebouwd wordt op de bestaande rechtspraak:

  • De verplichting om een wachtwoord op te geven, komt feitelijk neer op de verplichting om een verklaring af te leggen. Dat is dus verboden want in strijd met het zwijgrecht.
  • De verplichting om zelf het wachtwoord in te geven in het computersysteem, komt neer op dwang tot het stellen van een handeling die afhankelijk is van de vrije wil. Het wachtwoord is namelijk enkel gekend in de geest van de verdachte en bestaat niet los van zijn vrije wil. Deze verplichting is dus wellicht verboden want in strijd met het beginsel nemo tenetur.
  • De dwang gebruikt om een computersysteem te ontgrendelen via biometrie (bijv. door de vinger van de verdachte onder dwang op het toestel te plaatsen) lijkt mogelijk omdat de biometrische gegevens los staan van de vrije wil van de verdachte. Deze categorie kan wel de meeste problemen opleveren. Wat bijv. met Face ID? Kan de verdachte gedwongen worden de ogen open te houden of is ook dat afhankelijk van de vrije wil?

Een en ander toont wel aan dat een benadering van het zwijgrecht en het beginsel nemo teneturwaarbij vooral het criterium van de vrije wil centraal staat, niet eenvoudig toe te passen is in een digitale leefwereld.

Wellicht vereist een logische oplossing dat teruggegrepen wordt naar wat met het beginsel nemo tenetur en het zwijgrecht in wezen beoogd wordt, namelijk het verhinderen dat de verdachte moet prijsgeven wat hij weet om op die manier het onderzoek vooruit te helpen. Niet zozeer het verhinderen dat de verdachte gedwongen wordt om iets te doen. Maar ook wat dat betreft is de grens soms dun. Men kan een verdachte bijv. niet verplichten om uit een grote stapel documenten die documenten te filteren die voor hem belastend zijn. De onderzoekers kunnen de stapel wel zelf onderzoeken, maar kunnen de verdachte dus niet dwingen een selectie te maken (voor zover dat al slim zou zijn). Net zomin kan men een verdachte dwingen om bijv. de zwarte boekhouding waarvan men weet dat die ergens in een pc verborgen zit, bloot te leggen. Het verbod tot gedwongen zelfincriminatie gaat dus wel degelijk verder dan het verbod op afgedwongen verklaringen.

Maar wat als wat de verdachte weet eigenlijk niets meer is dan een sleutel tot allerhande informatie die er is (in de vorm van bestanden zoals gescande documenten, foto’s, notities, een digitaal dagboek, …)? In de werkelijke wereld kan dergelijke informatie perfect in beslag genomen worden. Bestaat diezelfde informatie slechts virtueel of digitaal, dan is het heel wat makkelijker voor een verdachte om die informatie voor de onderzoekers verborgen te houden.

Maar wat als wat de verdachte weet eigenlijk niets meer is dan een sleutel tot allerhande informatie die er is (in de vorm van bestanden zoals gescande documenten, foto’s, notities, een digitaal dagboek, …)? In de werkelijke wereld kan dergelijke informatie perfect in beslag genomen worden. Bestaat diezelfde informatie slechts virtueel of digitaal, dan is het heel wat makkelijker voor een verdachte om die informatie voor de onderzoekers verborgen te houden. Men zou zich dus kunnen afvragen of dat nog wel strookt met de doelstellingen van het beginsel nemo tenetur en het zwijgrecht.

Toch lijkt ons die vaststelling niet van aard om af te wijken van het uitgangspunt dat een verdachte niet kan gedwongen worden iets te zeggen (of te schrijven), zoals een passcode of een wachtwoord. Er zijn namelijk ook heel wat praktische bezwaren tegen een dergelijke verplichting. Zo zal een verdachte die gedwongen wordt een wachtwoord op te geven, heel dikwijls verklaren dat niet meer te kennen. Of hij zal een verkeerd wachtwoord opgeven, of verbaasd zijn wanneer het nochtans juiste wachtwoord ‘niet meer werkt’. Of hij zal gewoonweg ontkennen dat het een toestel is dat door hem wordt gebruikt. Er ontstaan dan heel wat discussies over de vraag of de verdachte al dan niet geloofwaardig is in zijn stelling. Een andere kwestie is hoe de weigering om mee te werken dan wel bestraft moet worden. De neiging om niet mee te werken, zal immers afhangen van de straf die men riskeert als men dat wel doet. En die is uiteraard niet altijd dezelfde. En ten slotte: het dwingen van een verdachte om iets te zeggen, ook al is het maar een ‘sleutel’ tot hard bewijs, komt hoe men het ook draait of keert, neer op het verplicht moeten prijsgeven van iets wat enkel bestaat in gedachten. Dat is een grens die niet kan overschreden worden. Stel dat de wetenschap ooit in staat zou zijn om gedachten te lezen of een waarheidsserum te ontwikkelen dat 100% betrouwbaar is, dan nog zouden die technieken niet kunnen worden gebruikt in strafzaken. Omdat ze de kern van het zwijgrecht aantasten en in strijd zijn met de menselijke waardigheid.

Wat dus wel kan, zoals hoger al beschreven, is het gebruik van dwang om een toestel te ontgrendelen via biometrie. Al kan dat op zich wel tot twistpunten aanleiding geven, zoals bij Face ID. Of stel dat er zoiets komt als Voice ID: kan de verdachte dan gedwongen worden iets te zeggen, bijv. “Hey Siri, hier ben ik”?

Maar ook het onderscheid tussen dwang tot zeggen of doen, leidt echter tot enigszins onlogische gevolgen. Zo is een verdachte die geen gebruik maakt van biometrie maar enkel van een klassiek wachtwoord of van een klassieke passcode, beter beschermd dan de verdachte die dat wel doet …

Maar ook het onderscheid tussen dwang tot zeggen of doen, leidt echter tot enigszins onlogische gevolgen. Zo is een verdachte die geen gebruik maakt van biometrie maar enkel van een klassiek wachtwoord of van een klassieke passcode, beter beschermd dan de verdachte die dat wel doet …

Loyauteit van de bewijsgaring

Op basis van het voorgaande, zou men kunnen oordelen dat de verdachte die gebruik maakt van encryptie of een passcode best wel goed beschermd is. In de praktijk is dat misschien fictie en dat niet enkel omdat biometrische toegangscodes soms manipuleerbaar zijn. Kunnen onderzoekers namelijk niet op een heimelijke manier proberen een wachtwoord of een passcode te achterhalen? Bijv. door het installeren van keyloggers of simpelweg door het observeren van een verdachte, desnoods met technische hulpmiddelen? Of door het installeren van camera’s in een woning via een inkijkoperatie? Niets lijkt dat inderdaad in de weg te staan, voor zover uiteraard wel aan de voorwaarden voldaan is om deze onderzoekstechnieken aan te wenden.

Ook de verplichting om te waken over de loyauteit van de bewijsgaring (art. 28bis, §3 en art. 56, §1 van het Wetboek van Strafvordering) verzet zich er niet tegen dat men heimelijk een wachtwoord of passcode achterhaalt. Er is namelijk niets deloyaals aan het op een wettelijke manier aanwenden van een onderzoekshandeling om een sleutel te vinden of te achterhalen. In de werkelijke wereld kan men een sleutel van een kluis vinden bij een huiszoeking, in de digitale wereld door observatie of hacking. Van deloyale bewijsgaring zou maar sprake kunnen zijn als men door list bekomt dat de verdachte het wachtwoord zegt terwijl hij eerder heeft verklaard dat niet te willen doen (zie naar analogie EHRM 5 november 2002, Allan t. het Verenigd Koninkrijk).

Dat leidt wel tot een paradox: aangezien de verdachte niet kan gedwongen worden een wachtwoord op te geven ter bescherming van zijn zwijgrecht, zullen onderzoekers technieken aanwenden die een verregaande inbreuk op het privé-leven van de verdachte (en mogelijks van derden, bijv. degene die samenwonen met de verdachte) met zich brengen om hetzelfde resultaat te bereiken (namelijk het achterhalen van het wachtwoord).

Wat doet men in het buitenland?

Uiteraard is België niet het enige land waar de vraag naar gedwongen ontgrendeling zich stelt. Het is dan ook interessant even over de grenzen heen te kijken.

In de Verenigde Staten is er nog geen uniforme oplossing. Zo werd er al geoordeeld dat het privilege against self-incrimination zich ertegen verzet om een verdachte te verplichten de passcode van zijn iPhone op te geven, maar ook het tegenovergestelde standpunt werd al ingenomen. Wat wel al duidelijk is gebleken, is dat dwang om een iPhone te ontgrendelen via Touch ID wel kan.

In Nederland lijkt nog geen rechtspraak te bestaan over de vraag of de politie dwang kan gebruiken bij Touch ID. Er is wel eensgezindheid over het feit dat een verdachte niet kan gedwongen worden een wachtwoord of passcode op te geven. Een wetsvoorstel om dat wel mogelijk te maken, werd na felle kritiek geschrapt.

In Noorwegen werd door het Hooggerechtshof op 30 augustus 2016 geoordeeld dat een verdachte niet kan worden gedwongen om een passcode of wachtwoord op te geven, maar ook niet om mee te werken aan het ontgrendelen van een toestel via biometrie zoals Touch ID. Recent werd echter een wet aangenomen die dat laatste nu wel mogelijk maakt.

Er zijn echter ook enkele landen waar een verdachte onder bepaalde voorwaarden wel kan worden verplicht om een wachtwoord of een passcode op te geven. De weigering daaraan mee te werken, wordt dan strafbaar gesteld. Dat is bijv. zo in het Verenigd Koninkrijkop grond van sectie 49 e.v. van de Regulation of Investigatory Powers Act 2000. Daarvan werd echter tot heden nog maar sporadisch gebruik gemaakt, wat ook verklaart dat er nog geen beslissing is van het EHRM over deze problematiek.

Deel dit bericht

Verwante berichten

zwijgrecht U hebt het recht om te zwijgen ... maar als u uw zwijgrecht gebruikt, riskeert u daarvoor wel tot vijf jaar gevangenisstraf In een arrest van 4 februari 2020 heeft het Hof van Cassatie beslist dat een verdachte die de toegangscode tot een informaticasysteem kent (bijv. zijn eigen gsm-toestel), maar weigert die op te geven ondanks een daartoe strekkend bevel van de onderzoeksrechter, strafbaar is. Dit arrest werd onmiddellijk opgepikt door de media en zal ongetwijfeld belangrijke gevolgen hebben voor de praktijk. Onze kritische en uitgebreide bespreking van het arrest is nu te lezen op Criminis. lees meer De impact van de EU op het recht op informatie in het strafproces: hoog tijd voor een Miranda-warning in België In het Nederlandse tijdschrift Strafblad is een artikel verschenen van Joachim Meese waarin hij pleit voor de invoering van een Miranda-warning in België en bij uitbreiding in de andere lidstaten van de Europese Unie die deze regel nog niet kennen.

Met een Miranda-warning wordt bedoeld dat bij elke arrestatie onmiddellijk een kennisgeving moet gebeuren van de rechten waarover de gearresteerde beschikt. Het gaat dan met name om het recht op bijstand van een advocaat, het zwijgrecht en het verbod van gedwongen zelfincriminatie. De term is afkomstig van het alom gekende arrest Miranda v. Arizona uit 1964 (US Supreme Court 13 juni 1966, Miranda vs Arizona, 384 U.S. 436). In dit...
lees meer
recht om te zwijgen Recht om te zwijgen maar toch verplicht om te spreken? In een arrest van 4 februari 2020 (P.19.1068.N) heeft het Hof van Cassatie beslist dat een verdachte die de toegangscode tot een informaticasysteem kent (bijv. zijn eigen gsm-toestel), maar weigert die op te geven ondanks een daartoe strekkend bevel van de onderzoeksrechter, strafbaar is.

In het kader van de rubriek 'actualiteit' van het Rechtskundig Weekblad, werd hierover een kritische analyse van Joachim Meese gepubliceerd.
lees meer
Amanda Knox t. Italië: onvoldoende onderzoek naar mensonwaardige behandeling, gebrek aan bijstand en een te voortvarende tolk leiden tot oneerlijk proces Het verhaal van Amanda Knox is wellicht iedereen bekend. Deze Amerikaanse uitwisselingsstudente werd verdacht van de moord op Meredith Kercher in 2007 in Perugia (Italië) en zat hierdoor 4 jaar in de gevangenis in Italië. De zaak en het lange proces kregen heel wat media-aandacht. Na eerder te zijn veroordeeld, werd Amanda Knox uiteindelijk op 27 maart 2015 definitief vrijgesproken voor de moord bij arrest van het Italiaanse Hof van Cassatie. Op Netflix is intussen een documentaire te zien over de zaak.

Op 24 januari 2019 deed het EHRM uitspraak in de zaak Knox t. Italië. Dit arrest is een uitloper van de strafprocedure die in Italië tegen Amanda Knox...
lees meer
Inverdenkingstelling Een formele inverdenkingstelling houdt dat in een onderzoeksrechter een verdachte ervan in kennis stelt dat er tegen hem ernstige aanwijzingen van schuld bestaan. Daarnaast bestaat ook een virtuele of impliciete inverdenkingstelling. lees meer Gebrek aan grief over de schuld verhindert niet dat appelrechter ambtshalve de onschuld van de beklaagde kan vaststellen In twee belangrijke arresten van vandaag spreekt het Grondwettelijk Hof zich opnieuw uit over grievenstelsel. Deze arresten bouwen voort op een eerdere beslissing van 16 mei 2019 waarin werd vastgesteld dat de onmogelijkheid voor de appelrechter om de onschuld vast te stellen omdat geen grief over de schuld werd ontwikkeld, ongrondwettig is wanneer die onschuld blijkt uit een nieuw element dat maar aan het licht is gekomen na het indienen van de grieven.

Thans wordt vastgesteld dat er ook sprake is van ongrondwettigheid in de mate dat de appelrechter de onschuld van de beklaagde niet ambtshalve zou kunnen vaststellen omdat geen grief werd ontwikkeld met betrekking tot de beslissing over...
lees meer
Ook de beklaagde beschikt voortaan over een volgberoep Het Grondwettelijk Hof heeft zich in een arrest van 6 juni 2019 (nr. 96/2019) nog maar eens uitgesproken over het in 2016 gewijzigde hoger beroep in strafzaken. In essentie komt deze beslissing erop neer dat het volgberoep waarover het openbaar ministerie beschikt, ook moet openstaan voor de beklaagde.

We staan stil bij de concrete gevolgen van dit arrest en de nieuwe vragen waartoe het leidt.

Onze conclusie: anders dan wat de wetgever destijds heeft aangekondigd, is het nieuwe hoger beroep geen quick win. Het is een epic fail.
lees meer
Ook hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als gedaan beschouwt, maakt grond van de zaak aanhangig In een arrest van 26 september 2019 zegt het Grondwettelijk Hof dat artikel 187, §9, 2e lid van het Wetboek van Strafvordering de Grondwet schendt "in zoverre het niet bepaalt dat een hoger beroep tegen de beslissing die het verzet als gedaan beschouwt, inhoudt dat de grond van de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter in hoger beroep wanneer die laatste het verzet voor het eerst ongedaan verklaart in hoger beroep".

Wij geven wat toelichting bij deze beslissing.
lees meer
Hoger beroep door het openbaar ministerie bij het appelgerecht In een arrest van 23 oktober 2018 heeft het Hof van Cassatie gezorgd voor meer duidelijkheid over de wijze waarop het openbaar ministerie bij het appelgerecht hoger beroep moet instellen. De eiser in cassatie, vertegenwoordigd en bijgestaan door ons kantoor, had aangevoerd dat het hoger beroep door het openbaar ministerie bij het appelgerecht onontvankelijk had moeten worden verklaard omdat de akte van betekening van het hoger beroep met daarin de opgave van de grieven niet binnen de beroepstermijn ter griffie was neergelegd. Het Hof van Cassatie volgde deze redenering en vernietigde de bestreden beslissing: wanneer het openbaar ministerie hoger beroep aantekent op de wijze bedoeld in art. 205 van... lees meer Bij een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf mag maar moet geen rekening worden gehouden met veroordelingen in een ander Europees land Wanneer de rechter vaststelt dat er sprake is van een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf, moet hij toepassing maken van de bestraffingsmildering voorzien in artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek. Die regel is echter niet van toepassing wanneer de eerdere feiten bestraft werden in een andere lidstaat van de Europese Unie. In een arrest van 16 januari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof vastgesteld dat die situatie niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, onder die interpretatie dat de rechter de veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie wel op een andere wijze in aanmerking kan nemen. lees meer Stirmanov t. Rusland: procureur die zich uitspreekt over schuld aan verjaarde feiten schendt het vermoeden van onschuld In een arrest van 29 januari 2019 (Stirmanov t. Rusland) heeft het EHRM Rusland veroordeeld wegens een miskenning van het vermoeden van onschuld. De aanleiding tot die veroordeling was een beslissing van een Russische procureur om geen onderzoek te openen wegens verjaring. In die beslissing werd namelijk duidelijk standpunt ingenomen over de schuld van de verdachte. lees meer Rooman t. België: langdurige detentie zonder gepaste zorg bij gebrek aan Duitstalige zorgverleners schendt art. 3 en 5 EVRM In een arrest van 31 januari 2019 (Rooman t. België) heeft de Grote Kamer België veroordeeld wegens schending van artikel 3 EVRM (onmenselijke behandeling) en artikel 5 EVRM (onwettige vrijheidsberoving). lees meer Uitlevering Een uitlevering betekent dat er op basis van een tussen twee staten afgesloten verdrag, wordt overgegaan tot de overbrenging van een verdachte of van een reeds veroordeelde persoon. lees meer Europees aanhoudingsbevel Een Europees aanhoudingsbevel maakt het mogelijk een verdachte te arresteren in een Europese lidstaat en over te leveren aan een andere lidstaat met het oog op vervolging of strafuitvoering. lees meer Minnelijke schikking Een minnelijke schikking houdt in dat het openbaar ministerie aan de verdachte voorstelt om een geldsom te betalen waarmee de strafvordering komt te vervallen. lees meer Bijzondere opsporingsmethoden Er zijn vier bijzondere opsporingsmethoden: de stelselmatige observatie, de infiltratie, de burgerinfiltratie en de informantenwerking. Specifiek voor de bijzondere opsporingsmethoden is dat er gewerkt wordt met een vertrouwelijk dossier dat noch aan de partijen noch aan de vonnisrechter wordt voorgelegd. lees meer Onderscheppen van post en lezen ervan Het onderscheppen van post maakt het mogelijk om briefwisseling die is toevertrouwd aan een postoperator te onderscheppen zonder kennis te nemen van de inhoud ervan. lees meer Het getuigenverhoor à décharge na het arrest Murtazaliyeva Op 26 februari 2019 verduidelijkte het Hof van Cassatie met welke elementen de strafrechter rekening moet houden bij zijn beslissing om een getuige à décharge al dan niet te horen.

In deze bijdrage gaan we wat dieper in op de vraag hoe over diezelfde vraag werd geoordeeld door de Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het arrest Murtazaliyeva (EHRM 18 december 2018, Murtazaliyeva t. Rusland).

Terloops maken we ook even melding van een arrest van het EHRM van 7 maart 2019 in de zaak Abdullayev t. Azerbeidzjan.
lees meer
Actieve informatieplicht inzake terrorisme voor personeelsleden OCMW is ongrondwettig In een arrest van vandaag heeft het Grondwettelijk Hof beslist dat de actieve informatieplicht inzake terrorisme, die in 2017 werd ingevoerd voor personeelsleden van (onder meer) een OCMW, strijdig is met het legaliteitsbeginsel. lees meer Grondwettelijk Hof verfijnt strafrechtelijk gezag van gewijsde voor de burgerlijke rechter In een Valentijnsarrest van 14 februari 2019 heeft het Grondwettelijk Hof verduidelijkt dat het strafrechtelijk gezag van gewijsde zich er niet tegen verzet dat een definitief veroordeelde beklaagde die vervolgens is opgeroepen voor de burgerlijke rechter, in dat burgerlijk proces meegeniet van het bewijs van zijn onschuld dat geleverd wordt door een andere partij die niet bij het strafproces was betrokken. lees meer Spijtoptant Een spijtoptant is een verdachte die een deal sluit met het openbaar ministerie om in ruil voor het afleggen van onthullende verklaringen strafvermindering te bekomen. lees meer Regeling der rechtspleging De regeling der rechtspleging is de procedure die plaatsvindt op het einde van het gerechtelijk onderzoek, waarbij het onderzoeksgerecht moet nagaan of er voldoende bezwaren zijn om de de zaak te verwijzen naar het vonnisgerecht. lees meer Inbeslagneming Inbeslagneming is een bewarende maatregel waardoor goederen tijdens een strafprocedure in bewaring worden genomen door de overheid of waardoor men het beschikkingsrecht over die goederen tijdelijk verliest. lees meer voorrecht van rechtsmacht Kamer van inbeschuldigingstelling stuurt zaak met voorrecht van rechtsmacht opnieuw naar het Grondwettelijk Hof In een zaak behandeld door ons kantoor heeft de kamer van inbeschuldigingstelling te Gent bij arrest van 6 december 2018 (KI 2018/12/101) beslist om meer duidelijkheid te vragen aan het Grondwettelijk Hof over de toepassing van het voorrecht van rechtsmacht na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 22 maart 2018.

Met name wordt de volgende vraag voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof:

“Dient het arrest van het Grondwettelijk hof van 22 maart (GwH 35/2018) aldus begrepen te worden dat enkel een initiatief van de wetgever de vastgestelde schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door de artikelen 479, 483 en 503bis van het Wetboek van Strafvordering,...
lees meer
Criminis snelnieuws Hoger beroep tegen beschikking van de raadkamer inzake internering vereist grieven In een arrest van 8 oktober 2019 (P.19.0611.N) heeft het Hof van Cassatie beslist dat het hoger beroep dat wordt ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer waarbij een beslissing wordt genomen inzake internering, slechts ontvankelijk is als er grieven worden geformuleerd tegen die beslissing. lees meer Over nummerplaten, privacy en de verkeersboete Er is de voorbije week heel wat te doen geweest over de arresten van het Hof van Cassatie van 13 december 2016 aangaande de identificatie van de houder van een nummerplaat door de politie. Meteen hadden heel wat burgers vragen bij de rechtsgeldigheid van de verkeersboetes die in het verleden werden betaald of die nog te betalen vallen. lees meer Observatie Een observatie is het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen. lees meer Informantenwerking De informantenwerking houdt in dat er regelmatige contacten plaatsvinden tussen betrouwbaar geachte informanten en een informantenbeheerder (ook wel informantenrunner of contactambtenaar genaamd). lees meer Herroeping probatie-uitstel mag anders geregeld zijn dan sanctionering bij niet-uitvoering autonome probatiestraf In een arrest van 31 januari 2019 (nr. 12/2019) heeft het Grondwettelijk Hof vastgesteld dat art. 14, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, het gelijkheidsbeginsel niet schendt.

De uitspraak kwam er op prejudiciële vraag gesteld door het Hof van Cassatie. In die vraag werd het onderscheid aan de kaak gesteld tussen de regeling tot herroeping van probatie-uitstel enerzijds en de sanctionering bij niet-uitvoering van een autonome probatiestraf anderzijds.
lees meer
Infiltratie op het internet Een infiltratie op het internet houdt in dat gespecialiseerde politiediensten op het internet contacten onderhouden met een of meerdere personen waarvan er ernstige aanwijzingen bestaan dat zij feiten plegen die strafbaar zijn met minstens een jaar gevangenisstraf. lees meer Infiltratie Infiltratie is een bijzondere opsporingsmethode waarbij een politieambtenaar, onder een fictieve identiteit, duurzaam contact onderhoudt met een of meerdere personen waarvan er ernstige aanwijzingen zijn dat zij strafbare feiten plegen in het kader van een criminele organisatie of feiten zoals bedoeld in de telefoontaplijst. lees meer Proactieve recherche De proactieve recherche is een eerder verkennend onderzoek, dat in de wet wordt omschreven als het met het doel te komen tot het vervolgen van daders van misdrijven, opsporen, verzamelen, registreren en verwerken van gegevens en inlichtingen op grond van een redelijk vermoeden van te plegen of reeds gepleegde maar nog niet aan het licht gebrachte strafbare feiten. lees meer Afschaffing onmiddellijk cassatieberoep inzake uithandengeving is ongrondwettig In een arrest van 25 oktober 2019 oordeelt het Grondwettelijk Hof dat het feit dat geen onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld tegen de beslissing tot uithandengeving, niet verenigbaar is met de Grondwet.

Het concreet gevolg van dit arrest is dat artikel 420 van het Wetboek van Strafvordering voortaan geen hinderpaal meer kan vormen voor het op ontvankelijke wijze instellen van een onmiddellijk cassatieberoep tegen beslissingen tot uithandengeving.
lees meer
Voorrecht van rechtsmacht Voorrecht van rechtsmacht is een bijzondere procedure die gevolgd wordt voor de berechting van magistraten (rechters en parketmagistraten) en hoge functionarissen (bijv. een provinciegouverneur). Bij uitbreiding is de procedure ook van toepassing op plaatsvervangende magistraten en op eenieder die samen met een magistraat wordt vervolgd. lees meer Adamčo t. Slowakije: onvolkomen rechterlijke controle op getuigenbewijs afkomstig van spijtoptant schendt recht op eerlijk proces Het arrest in de zaak Adamčo t. Slowakije (EHRM 12 november 2019) is interessant omdat het Hof zich daarin onder meer uitspreekt over de gevolgen van het gebruik van een belastende verklaring afgelegd door een getuige die hiervoor als medebeklaagde zelf voordelen heeft genoten bij zijn eigen vervolging. Of eenvoudiger uitgedrukt: een spijtoptant.

Bij onze bespreking van dit arrest komen wij tot het besluit dat Belgische zaken waarin verklaringen van getuigen worden gebruikt die hiervoor voordelen hebben bekomen buiten de Belgische algemene spijtoptantenregeling om, tot heel wat discussie aanleiding lijken te kunnen geven in de toekomst.
lees meer
Criminis snelnieuws Grievenformulier mag niet te soepel maar ook niet te streng beoordeeld worden In een arrest van 5 maart 2019 (P.18.1158.N) heeft het Hof van Cassatie zich nog maar eens uitgesproken over het grievenformulier in strafzaken.

Om na te gaan of de grieven voldoende nauwkeurig zijn geformuleerd, moet de appelrechter rekening houden met de wijze waarop de appellant in het verzoekschrift of grievenformulier de grieven heeft vermeld. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de rechter bij die beoordeling niet overdreven soepel mag zijn omdat anders de bedoeling van de wetgever om ondoordachte hogere beroepen te vermijden niet kan worden bereikt, maar dat hij evenmin overdreven formalistisch mag zijn omdat anders het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht van toegang tot de rechter dreigt...
lees meer
Kamer van inbeschuldigingstelling dan toch bevoegd bij voorrecht van rechtsmacht Het Grondwettelijk Hof legt bij arrest van 28 februari 2019 een eerder arrest uit en beslist dat een gerechtelijk onderzoek gevoerd tegen lagere magistraten wel degelijk moet leiden tot een regeling der rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling. lees meer Deskundigenonderzoek Van een deskundigenonderzoek is sprake wanneer advies moet worden ingewonnen van een expert in het kader van een rechtszaak. lees meer Uitlevering van EU-onderdanen na het arrest Denis Raugevicius Wat als een Unieburger verblijft in een ander EU-land dan het zijne en er een vraag tot uitlevering wordt gericht aan dat land? Rusland vraagt bv. de uitlevering aan België van een Nederlandse onderdaan die hier verblijft of permanent woont. Kan de uitlevering dan worden toegestaan, of moet het verbod van uitlevering van eigen onderdanen dan per analogie worden toegepast op de EU-onderdaan die gebruik maakt van zijn recht van vrij verkeer?

Over deze en andere vragen leest u meer in onze recente bijdrage naar aanleiding van het arrest Denis Raugevicius van het Hof van Justitie.
lees meer
Huiszoeking De huiszoeking is een onderzoekshandeling die ertoe strekt om gegevens met betrekking tot misdrijven op te sporen en te verzamelen in privéplaatsen, dus plaatsen die door het recht op de eerbiediging van het privéleven zijn beschermd. lees meer Geen beperking voor opschorting en uitstel bij drugfeiten maar wel bij druggerelateerde feiten: niet ongrondwettig In een arrest van 6 december 2018 (nr. 176/2018) heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de vraag of het feit dat de Probatiewet alleen de beklaagde die vervolgd wordt wegens een overtreding van de Drugswet toelaat het voordeel te genieten van opschorting en uitstel van de uitspraak, zelfs indien hij niet voldoet aan de bij de artikelen 3 en 8 van die wet gestelde voorwaarden met betrekking tot de vroegere veroordelingen, terwijl die gunst wordt geweigerd aan de beklaagde die andere misdrijven heeft gepleegd met het oog op zijn eigen drugsgebruik. lees meer Aangehoudene wiens overlevering n.a.v. een Europees aanhoudingsbevel wordt uitgesteld, moet niet noodzakelijk gedetineerd blijven In een arrest van 28 mei 2019 stelt het Grondwettelijk Hof vast dat artikel 20, §§ 2, 3 en 4, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel het gelijkheidsbeginsel schendt "in zoverre het aan de personen die krachtens een uitvoerbaar verklaard Europees aanhoudingsbevel in hechtenis worden gehouden en wier overlevering aan de uitvaardigende Staat wordt uitgesteld met toepassing van artikel 24 van de wet van 19 december 2003, opdat in België vervolging kan worden ingesteld wegens een ander feit dan dat waarop het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, niet de mogelijkheid biedt om te verzoeken om hun voorwaardelijke invrijheidstelling of om hun invrijheidstelling tegen borgstelling, noch... lees meer Mini-instructie De mini-instructie maakt het toestaan en uitvoeren van dwangmaatregelen door de onderzoeksrechter mogelijk binnen het opsporingsonderzoek. lees meer Venet t. België: laattijdige oproeping voor zitting Hof van Cassatie schendt art. 5.4 EVRM Bij arrest van 22 oktober 2019 (Venet t. België) werd ons land veroordeeld wegens een schending van artikel 5.4 EVRM.

In casu ging het om een inverdenkinggestelde die cassatieberoep had aangetekend tegen de handhaving van zijn aanhouding door de kamer van inbeschuldigingstelling, maar niet aanwezig kon zijn ter zitting van het Hof van Cassatie door de laattijdige ontvangst van de oproeping.
lees meer
Criminis snelnieuws Weigering om getuige à décharge te horen vereist concrete motivering Over de verplichting van de vonnisrechter om getuigen à charge te horen wanneer de beklaagde daarom verzoekt, is het standpunt van de rechtspraak ondertussen genoegzaam bekend. Gaat het echter om een vraag tot het horen van een getuige à décharge, dan is de toestand iets anders.

Een arrest van 26 februari 2019 van het Hof van Cassatie (P.18.1028.N) brengt daarover nu verheldering.
lees meer
Criminis snelnieuws Duitse parketmagistraat onvoldoende onafhankelijk om Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen In twee belangrijke arresten van 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over het uitvaardigen van een bevel tot aanhouding door een magistraat van het parket. Daar waar in België over het uitvaardigen van een (Europees) bevel tot aanhouding wordt beslist door een onderzoeksrechter, gebeurt dat in sommige landen door een magistraat van het openbaar ministerie. Daarvan zegt het Hof van Justitie dat dit niet altijd verenigbaar is met de vereisten van het Unierecht, namelijk wanneer er onvoldoende waarborgen zijn dat de betrokken parketmagistraat de beslissing volstrekt onafhankelijk kan nemen.

Deze arresten hebben uiteraard grote gevolgen voor alle lopende zaken waarin Belgische onderzoeksgerechten (en ook buitenlandse gerechtelijke...
lees meer
Hasan Köse t. Turkije: straf met uitstel wegens ernstig politiegeweld schendt art. 2 EVRM In een arrest van vandaag (Hasan Köse t. Turkije) heeft het EHRM zich nogmaals uitgesproken over de positieve verplichting die op de overheid rust om voorvallen van ernstig politiegeweld te onderzoeken en te bestraffen.

De verzoeker werd samen met zijn broer op weg naar het werk gestopt door de wegpolitie. Toen zij om identificatie vroegen van de twee politieagenten, raakten de gemoederen verhit en begonnen de politieagenten de broers te slaan en maakten zij gebruik van traangas. Ze toonden geen identificatie, wat de broers deed vrezen dat ze te maken hadden met dieven die zich hadden vermomd als politie. Een van de broers trachtte een knuppel uit zijn wagen te...
lees meer
Criminis snelnieuws Dzivev e.a.: verplichting om btw-inbreuken doeltreffend te bestrijden verzet zich niet tegen uitsluiting onrechtmatig verkregen bewijs In de zaak Dzivev en andere (C-310/16) heeft het Hof van Justitie op 17 januari 2019 een interessant arrest uitgesproken over de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale strafzaken. In dit geval ging het om een onwettige beslissing tot telefoontap.

Het Hof stelt in essentie vast dat de lidstaten weliswaar moeten zorgen voor een daadwerkelijke bestrijding van inbreuken op de btw-wetgeving, maar dat dit niet verhindert dat onrechtmatig verkregen bewijs wordt uitgesloten, ook al is dat het enige bewijs op grond waarvan de verdachte kan worden veroordeeld.
lees meer
Zuivering der nietigheden De zuivering der nietigheden is een procedure die tijdens of op het einde van het gerechtelijk onderzoek kan plaatsvinden en die ertoe strekt om na te gaan of er zich bij dat onderzoek al dan niet onregelmatigheden hebben voorgedaan bij de bewijsverkrijging. lees meer De herziening van gerechtelijke dwalingen vernieuwd Niets zo erg als een gerechtelijke dwaling. Een op een waar gebeurd verhaal gebaseerde serie zoals Making a murderer laat wellicht al niemand onberoerd, maar daarnaast zijn er ook af en toe berichten over (lang)gestraften wiens onschuld uiteindelijk moet worden vastgesteld, bijvoorbeeld op basis van dna-analyses op oude sporen. Het zou echter een illusie zijn te denken dat gerechtelijke dwalingen enkel een Amerikaans probleem vormen. Elke rechtstaat moet er immers rekening mee houden dat niemand onfeilbaar is, zodat ook een juridisch vastgestelde ‘waarheid’ feitelijk onjuist kan zijn.

In veel landen bestaat dan ook een speciale commissie die gelast wordt met het onderzoek naar klachten over gerechtelijke dwalingen. Voor het bestaan...
lees meer