herziening
herziening

De herziening van gerechtelijke dwalingen vernieuwd

1 DECEMBER 2018

Niets zo erg als een gerechtelijke dwaling. Een op een waar gebeurd verhaal gebaseerde serie zoals Making a murderer laat wellicht al niemand onberoerd, maar daarnaast zijn er ook af en toe berichten over (lang)gestraften wiens onschuld uiteindelijk moet worden vastgesteld, bijvoorbeeld op basis van dna-analyses op oude sporen. Het zou echter een illusie zijn te denken dat gerechtelijke dwalingen enkel een Amerikaans probleem vormen. Elke rechtstaat moet er immers rekening mee houden dat niemand onfeilbaar is, zodat ook een juridisch vastgestelde ‘waarheid’ feitelijk onjuist kan zijn. Geen enkel land wordt dus gespaard van gerechtelijke dwalingen. Dat heeft het verleden overigens ook al aangetoond in heel wat landen, ook dicht bij ons. Zo was er bijv. een tiental jaar terug de zaak Outreau in Frankrijk waarin tien Fransen onterecht werden beschuldigd van deelname aan een pedofielennetwerk. Ook Nederland kende al verschillende gerechtelijke dwalingen, waaronder de Puttense moordzaak (2002), de Schiedammer parkmoord (2005) en de zaak Lucia de B. (2010).

Alhoewel in een democratische rechtstaat definitieve rechterlijke beslissingen principieel dienen te worden gerespecteerd, moet een rechtstaat dus openstaan voor de mogelijkheid dat aangetoond wordt dat een strafrechtelijke veroordeling berust op een vergissing en de moed hebben om dergelijke vergissingen recht te zetten. In veel landen bestaat dan ook een speciale commissie die gelast wordt met het onderzoek naar klachten over gerechtelijke dwalingen. Voor het bestaan van zo’n commissie werd ook in ons land gepleit. In een advies van 22 juni 2016 liet de Hoge Raad voor de Justitie optekenen “dat de tussenkomst van een buitengerechtelijk en onafhankelijk orgaan aanzienlijke voordelen heeft en een alternatief is dat niet zomaar terzijde kan worden geschoven”. Recent werd dat advies door de wetgever gevolgd, want bij wet van 11 juli 2018 werd de herzieningsprocedure aangepast en werd beslist tot de installatie van een Commissie voor herziening in strafzaken. De aangepaste herzieningsprocedure zal uiterlijk op 1 maart 2019 in werking treden.

Bij wet van 11 juli 2018 werd de herzieningsprocedure aangepast en werd beslist tot de installatie van een Commissie voor herziening in strafzaken. De aangepaste herzieningsprocedure zal uiterlijk op 1 maart 2019 in werking treden.

Hoe een definitieve veroordeling aanvechten?

Een veroordeling die definitief is, kan toch nog in twee gevallen ongedaan worden gemaakt. Ten eerste is er de herzieningsprocedure, namelijk de herziening in strafzaken (art. 443 e.v. van het Wetboek van Strafvordering). Ten tweede is er ook de mogelijkheid om een heropening van de strafrechtsplegingte bekomen wanneer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een welbepaalde zaak definitief beslist heeft dat er sprake is geweest van een schending van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens of van de aanvullende protocollen bij dat Verdrag, of wanneer er daarover een minnelijke schikking is getroffen tussen de Belgische Staat en de verzoeker waarbij de Staat deze schending erkent (art. 442bis van het Wetboek van Strafvordering). Dat laatste vereist natuurlijk wel dat er binnen de zes maanden na de definitieve veroordeling een verzoekschrift is ingediend bij het EHRM.

Het probleem met de herziening in strafzaken is tot nu toe steeds geweest dat de voorwaarden eerder strikt zijn.

Vooreerst zijn veroordelingen tot politiestraffen al helemaal uitgesloten van herziening, zelfs al blijkt die veroordeling achteraf volstrekt onjuist te zijn. Dat zal ook na de inwerkingtreding van de vernieuwde herzieningsprocedure nog steeds zo zijn. Het moet dus gaan om een veroordeling in criminele of correctionele zaken. Wel is het zo dat niet vereist is dat een (effectieve) straf wordt opgelegd. Ook een eenvoudige schuldigverklaring bv. komt in aanmerking voor herziening.

Gronden tot herziening

Wat de overige veroordelingen betreft, zijn er drie gronden tot herziening. In de nieuwe versie van art. 442 van het Wetboek van Strafvordering zullen deze luiden als volgt:

  1. wanneer onverenigbaarheid bestaat tussen veroordelingen die wegens een zelfde feit bij onderscheidene arresten of vonnissen tegen verschillende beschuldigden of beklaagden al dan niet op tegenspraak zijn uitgesproken, en het bewijs van de onschuld van een der veroordeelden uit de tegenstrijdigheid van de beslissingen volgt;
  2. wanneer een getuige die op de terechtzitting gehoord is in een geding door het hof van assisen op tegenspraak behandeld, of die, hetzij op de terechtzitting, hetzij in de loop van het vooronderzoek, gehoord is in een geding behandeld door een andere rechter of door een hof van assisen uitspraak doende bij verstek, naderhand een in kracht van gewijsde gegane veroordeling heeft ondergaan wegens vals getuigenis tegen de veroordeelde;
  3. wanneer er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en waarvan de veroordeelde het bestaan niet heeft kunnen aantonen ten tijde van het geding en dat, op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen, met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot het verval van de strafvordering, hetzij tot het ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot de toepassing van een minder strenge strafwet.

Alleen de derde herzieningsgrond is inhoudelijk anders geformuleerd dan in de huidige versie het geval is. Daarin staat nu namelijk nog dat tot herziening kan worden besloten “wanneer het bewijs dat de veroordeelde onschuldig is of dat een strengere strafwet is toegepast dan die welke hij werkelijk heeft overtreden, schijnt te volgen uit een feit dat zich voorgedaan heeft sedert zijn veroordeling, of uit een omstandigheid waarvan hij het bestaan niet heeft kunnen aantonen ten tijde van het geding”.

Het gaat wel om de belangrijkste herzieningsgrond, waarvan de oorspronkelijke versie werd ingevoerd in 1894. Zowel in de oude als de nieuwe versie, staat een zogenaamd novum centraal. In de huidige versie wordt dat omschreven als een nieuw feit of omstandigheid, in de toekomstige versie als een nieuw gegeven.

Novum

Aan het begrip ‘nieuw feit’ worden traditioneel strenge voorwaarden gekoppeld. Zo werd aangenomen dat een vergissing van de rechter geen nieuw feit is, net zoals ook nieuwe rechtspraak dat niet is. Ook wanneer een deskundige zich heeft vergist, werd dat niet als een nieuw feit beschouwd. Ook een nieuw deskundigenonderzoek was dat niet, tenzij daarbij gebruik werd gemaakt van een nieuwe techniek die op het ogenblik van de vervolging onbekend was. Het spreekt dus voor zich dat op grond van deze restrictieve herzieningsmogelijkheden niet elke rechterlijke vergissing in aanmerking kwam voor rechtzetting. Werden bv. wel aanvaard als nieuw feit op basis waarvan tot herziening werd beslist:

  • verklaringen van getuigen die nooit werden gehoord maar na de veroordeling een verklaring afleggen waaruit het bewijs zou kunnen volgen van een alibi;
  • de intrekking van een getuigenverklaring, voor zover de oprechtheid daarvan aannemelijk wordt gemaakt;
  • de ontdekking van de echte dader;
  • nieuwe stukken die men tijdens het strafproces niet heeft kunnen terugvinden.

Meer herzieningen in de toekomst?

De centrale vraag is dus of de nieuwe tekst meer gevallen voor herziening vatbaar zal maken. De tekst voorziet wel degelijk in een verruiming, zodat aangenomen mag worden dat dit zich inderdaad vertaalt in meer herzieningen in de toekomst. Het was namelijk de bedoeling van de wetgever dat bv. ook gewijzigde inzichten van deskundigen een grond voor herziening zouden kunnen opleveren.

Het is wel zo dat het louter voorhanden zijn van een nieuw gegeven niet volstaat. Er is immers ook nog de voorwaarde dat het een ernstig vermoeden doet ontstaan dat dit gegeven geleid zou hebben tot een vrijspraak, een verval van strafvordering, een ontslag van rechtsvervolging of de toepassing van een minder strenge strafwet.

De centrale vraag is dus of de nieuwe tekst meer gevallen voor herziening vatbaar zal maken. De tekst voorziet wel degelijk in een verruiming, zodat aangenomen mag worden dat dit zich inderdaad vertaalt in meer herzieningen in de toekomst. Het was namelijk de bedoeling van de wetgever dat bv. ook gewijzigde inzichten van deskundigen een grond voor herziening zouden kunnen opleveren.

Procedure

De nieuwe versie van de wet bevat ook wijzigingen wat de procedure betreft.

De rol van het Hof van Cassatie, bij wie een verzoek tot herziening moet worden ingediend, is traditioneel eerder beperkt. Het Hof beoordeelt namelijk niet zelf de waarde van de aangevoerde feiten, maar verwijst de zaak in geval van herziening door naar een hof van beroep of een hof van assisen.

De nieuwe versie van 445 van het Wetboek van Strafvordering voorziet nu dat het Hof van Cassatie, wanneer het gaat om herzieningen gesteund op een novum, zelf onderzoekt of er aanwijzingen zijn dat er mogelijk sprake is van een grond tot herziening. Als het van oordeel is dat dit het geval is, wordt de zaak voorgelegd aan een (nieuwe) Commissie voor herziening in strafzaken. Die Commissie zal samengesteld zijn uit een rechter of raadsheer, een parketmagistraat, twee advocaten en een expert. De taak van de Commissie is het opstellen van een advies voor het Hof van Cassatie. De Commissie kan overgaan tot het horen van personen die bij het onderzoek in de zaak betrokken waren en van deskundigen. De Commissie kan ook een deskundige inschakelen.

Het advies van de Commissie is niet bindend. Wel is het zo dat het advies publiek wordt gemaakt eenmaal het Hof zich heeft uitgesproken. Als het Hof tot herziening beslist, dan wordt de zaak verwezen naar een hof van beroep of een hof van assisen dat er vroeger geen kennis van genomen had. In tegenstelling tot wat vroeger het geval was, kan dus niet meer verwezen worden naar een hof van beroep dat eerder besliste over de zaak die wordt herzien.

Het voorbeeld van Nederland

In Nederland werd de herzieningsprocedure verruimd in 2012. Herziening is er nu mogelijk telkens er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was. Ook in Nederland leveren rechterlijke onoplettendheid en rechterlijk onbegrip dus geen grond tot herziening op. Een nieuw deskundigenverslag zou er, anders dan in België, wel voldoende kunnen zijn.

Verschil met België is verder dat de Hoge Raad der Nederlanden (het Nederlandse equivalent voor het Hof van Cassatie van België) zelf de touwtjes in handen houdt. Ook daar kan advies worden ingewonnen van een commissie belast met de advisering over de wenselijkheid van een nader onderzoek (ACAS). In die commissie zetelen geen rechters. Ook voorafgaand aan 2012 werd trouwens al gewerkt met een afzonderlijk commissie (met name vanaf 2006).

Het aantal ingediende verzoeken tot herziening in Nederland is eerder laag (21 verzoeken in 2013-2014 en 6 verzoeken in 2015), alhoewel er in het verleden wel meer verzoeken werden ingediend (bijv. 86 in 2008 en 43 in 2011).

Andere landen

In Frankrijk werd de herzieningsprocedure nog gewijzigd bij wet van 20 juni 2014. De herziening is er nu mogelijk wanneer er sprake is van een nieuw feit of element dat niet gekend was tijdens het strafproces en dat van aard “à faire naître le moindre doute sur sa culpabilité”. Ook wordt nu gewerkt met een specifiek rechtscollege dat samengesteld is uit 18 magistraten aangeduid door het Franse Hof van Cassatie en dat voorgezeten wordt door de voorzitter van de penale kamer van dat Hof.

Sedert deze aanpassing is een lichte stijging in het aantal verzoeken gericht aan het Franse Hof van Cassatie waar te nemen (al lag dat ook daarvoor aan de hoge kant): in 2014 ging het nog om 157 gevallen (bron), in 2016 waren het er 226 (bron).

Erg interessant is de procedure in Engeland, waar weliswaar een volstrekt andere strafrechtspleging geldt met minder mogelijkheden inzake hoger beroep. De Criminal Cases Review Commission buigt zich er sedert 1997 als onafhankelijke onderzoekscommissie over afgesloten strafzaken. Tot op heden werden al 24.249 verzoeken tot herziening ingediend waarvan er 653 werden verwezen naar een rechter omdat er sprake was van een ‘unsafe conviction’ (bron). De commissie werkt erg laagdrempelig en kan ook zelf een onderzoek instellen. De samenstelling is erg divers. Er zijn op dit ogenblik tien leden. Schotland kent een gelijkaardige commissie, de Scottish Criminal Cases Review Commission.

Dergelijke commissie zijn trouwens niet enkel in Angelsaksische landen terug te vinden. Ook Noorwegen bijv. heeft een Criminal Cases Review Commission.

Besluit

Alhoewel in België tot nu toe maar weinig gerechtelijke dwalingen effectief aan de oppervlakte zijn gekomen, zou het naïef zijn te denken dat ons rechtssysteem immuun is voor fouten. Het is dan ook een goede zaak dat de herzieningsprocedure werd aangepast waardoor er onder meer advies zal worden ingewonnen van een Commissie voor herziening in strafzaken die onderzoeksbevoegdheden heeft.

Deel dit bericht

Verwante berichten

Informantenwerking De informantenwerking houdt in dat er regelmatige contacten plaatsvinden tussen betrouwbaar geachte informanten en een informantenbeheerder (ook wel informantenrunner of contactambtenaar genaamd). lees meer Criminis snelnieuws Minnelijke schikking en vermoeden van onschuld In een arrest van 5 september 2019 deed het Hof van Justitie een interessante uitspraak over het vermoeden van onschuld. Met name werd beslist dat artikel 4, 1e lid van de richtlijn 2016/343 “zich niet ertegen verzet dat een schikking waarin de verdachte in ruil voor strafvermindering zijn schuld erkent, die door een nationale rechter moet worden goedgekeurd, uitdrukkelijk als mededaders van het betrokken strafbare feit niet alleen die verdachte vermeldt, maar ook andere verdachten die hun schuld niet hebben erkend en worden vervolgd in het kader van een afzonderlijke strafprocedure, op voorwaarde dat ten eerste die vermelding noodzakelijk is voor de kwalificatie van de juridische aansprakelijkheid van de persoon die... lees meer Inbeslagneming Inbeslagneming is een bewarende maatregel waardoor goederen tijdens een strafprocedure in bewaring worden genomen door de overheid of waardoor men het beschikkingsrecht over die goederen tijdelijk verliest. lees meer Inwinnen van bankgegevens Tijdens een strafonderzoek kunnen gegevens over bankrekeningen en banktransacties worden opgevraagd bij financiële instellingen. Ook kan er beslist worden tot het bevriezen van banktegoeden op die rekeningen, of van financiële instrumenten of bankkluizen. lees meer Criminis snelnieuws Vanop privaat terrein foto's nemen van een binnenkoer die aan het straatzicht is onttrokken, kan niet zonder toestemming onderzoeksrechter In een recent arrest (12 februari 2019, P.18.1037.N) heeft het Hof van Cassatie verduidelijkt dat wanneer de politie vanop privaat terrein foto's neemt van de binnenkant van een woning of van aanhorigheden bij deze woning die niet zichtbaar zijn vanop straat (of vanop andere openbare terreinen), daarvoor toestemming van de onderzoeksrechter vereist is. lees meer Uitlevering Een uitlevering betekent dat er op basis van een tussen twee staten afgesloten verdrag, wordt overgegaan tot de overbrenging van een verdachte of van een reeds veroordeelde persoon. lees meer Criminis snelnieuws Hoger beroep tegen beschikking van de raadkamer inzake internering vereist grieven In een arrest van 8 oktober 2019 (P.19.0611.N) heeft het Hof van Cassatie beslist dat het hoger beroep dat wordt ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer waarbij een beslissing wordt genomen inzake internering, slechts ontvankelijk is als er grieven worden geformuleerd tegen die beslissing. lees meer Spijtoptanten in het voetbal (en elders): gevaarlijk spel? Spelersmakelaar Velkjovic is de eerste om het statuut van ‘spijtoptant’ te krijgen. Maar wat is een spijtoptant eigenlijk en vooral: welke nadelen en risico's zijn er verbonden aan het belonen van criminelen voor het bekomen van belastende verklaringen? Wij vatten het voor u samen en keken ook eens over de grenzen heen. lees meer regeling der rechtspleging Rechtsmiddelen in het kader van de regeling der rechtspleging In deze video verduidelijkt Joachim Meese welke rechtsmiddelen kunnen worden aangewend in het kader van de regeling der rechtspleging. Aandacht wordt daarbij met name besteed aan beslissingen tot opschorting, internering, buitenvervolgingstelling en verwijzing naar de vonnisrechter. lees meer Bij een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf mag maar moet geen rekening worden gehouden met veroordelingen in een ander Europees land Wanneer de rechter vaststelt dat er sprake is van een laattijdig vastgesteld voortgezet misdrijf, moet hij toepassing maken van de bestraffingsmildering voorzien in artikel 65, tweede lid van het Strafwetboek. Die regel is echter niet van toepassing wanneer de eerdere feiten bestraft werden in een andere lidstaat van de Europese Unie. In een arrest van 16 januari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof vastgesteld dat die situatie niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, onder die interpretatie dat de rechter de veroordelingen in een andere lidstaat van de Europese Unie wel op een andere wijze in aanmerking kan nemen. lees meer Criminis snelnieuws Weigering om getuige à décharge te horen vereist concrete motivering Over de verplichting van de vonnisrechter om getuigen à charge te horen wanneer de beklaagde daarom verzoekt, is het standpunt van de rechtspraak ondertussen genoegzaam bekend. Gaat het echter om een vraag tot het horen van een getuige à décharge, dan is de toestand iets anders.

Een arrest van 26 februari 2019 van het Hof van Cassatie (P.18.1028.N) brengt daarover nu verheldering.
lees meer
Betrapping op heterdaad Betrapping op heterdaad is wanneer het misdrijf wordt ontdekt terwijl het wordt gepleegd of onmiddellijk daarna, of wanneer de verdachte kort na het misdrijf wordt aangetroffen in het bezit van zaken, wapens of werktuigen die doen vermoeden dat hij de dader van het misdrijf is of een medeplichtige. lees meer Kryževičius t. Litouwen: dwang om te getuigen tegen echtgenote schendt art. 8 EVRM Het EHRM heeft zich op 11 december 2018 in de zaak Kryzevicius t. Litouwen uitgesproken over een vraag met betrekking tot het getuigenverhoor tussen aanverwanten.

Met name werd de verzoeker veroordeeld omdat hij weigerde te getuigen tegen zijn echtgenote, die het statuut van 'special witness' had gekregen. Dat laatste komt er naar Litouws recht op neer dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om haar te aanzien als verdachte, maar dat het niet uitgesloten is dat zij uiteindelijk als verdachte in aanmerking zal worden genomen. Het verbod om echtgenoten te dwingen tegen elkaar te getuigen, zou volgens Litouws recht in dat geval niet van toepassing zijn. Het EHRM komt tot het...
lees meer
Zuivering der nietigheden De zuivering der nietigheden is een procedure die tijdens of op het einde van het gerechtelijk onderzoek kan plaatsvinden en die ertoe strekt om na te gaan of er zich bij dat onderzoek al dan niet onregelmatigheden hebben voorgedaan bij de bewijsverkrijging. lees meer Grondwettelijk Hof vernietigt de wet digitale recherche gedeeltelijk In een arrest van 6 december 2018 (nr. 174/2018) heeft het Grondwettelijk Hof de wet van 25 december 2016 "houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van strafvordering en het Strafwetboek, met het oog op de verbetering van de bijzondere opsporingsmethoden en bepaalde onderzoeksmethoden met betrekking tot internet en elektronische en telecommunicaties en tot oprichting van een gegevensbank stemafdrukken" gedeeltelijk vernietigd. lees meer Criminis snelnieuws Schriftelijke vordering tot verbeurdverklaring is geen conclusie Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 29 januari 2019 verduidelijkt dat een schriftelijke vordering tot bijzondere verbeurdverklaring van vermogensvoordelen buiten het toepassingsgebied valt van artikel 152 Wetboek van Strafvordering.

Een rechter kan een dergelijke vordering dus niet weren op grond van het feit dat deze werd neergelegd buiten de vooropgestelde conclusietermijnen (randnr. 5 van het arrest).
lees meer
Gebrek aan grief over de schuld verhindert niet dat appelrechter ambtshalve de onschuld van de beklaagde kan vaststellen In twee belangrijke arresten van vandaag spreekt het Grondwettelijk Hof zich opnieuw uit over grievenstelsel. Deze arresten bouwen voort op een eerdere beslissing van 16 mei 2019 waarin werd vastgesteld dat de onmogelijkheid voor de appelrechter om de onschuld vast te stellen omdat geen grief over de schuld werd ontwikkeld, ongrondwettig is wanneer die onschuld blijkt uit een nieuw element dat maar aan het licht is gekomen na het indienen van de grieven.

Thans wordt vastgesteld dat er ook sprake is van ongrondwettigheid in de mate dat de appelrechter de onschuld van de beklaagde niet ambtshalve zou kunnen vaststellen omdat geen grief werd ontwikkeld met betrekking tot de beslissing over...
lees meer
Burgerlijke partij die hoger beroep aantekent tegen buitenvervolgingstelling kan veroordeeld worden tot rechtsplegingsvergoeding In een arrest van 22 november 2018 (nr. 159/2018) heeft het Grondwettelijk Hof zich nog maar eens uitgesproken over de rechtsplegingsvergoeding in strafzaken.

Het Hof komt tot het besluit dat de ontstentenis van een wetsbepaling die de kamer van inbeschuldigingstelling toelaat een rechtsplegingsvergoeding ten laste te leggen van de burgerlijke partij die, zonder daarin te worden voorafgegaan of gevolgd door het openbaar ministerie, hoger beroep instelt tegen een beschikking van de raadkamer tot buitenvervolgingstelling gewezen op een strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie en die daarbij in het ongelijk wordt gesteld, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

Aangezien deze lacune is uitgedrukt in voldoende nauwkeurige en volledige bewoordingen, staat het aan...
lees meer
Deskundigenonderzoek Van een deskundigenonderzoek is sprake wanneer advies moet worden ingewonnen van een expert in het kader van een rechtszaak. lees meer Over nummerplaten, privacy en de verkeersboete Er is de voorbije week heel wat te doen geweest over de arresten van het Hof van Cassatie van 13 december 2016 aangaande de identificatie van de houder van een nummerplaat door de politie. Meteen hadden heel wat burgers vragen bij de rechtsgeldigheid van de verkeersboetes die in het verleden werden betaald of die nog te betalen vallen. lees meer Uniform reglement verhoorbijstand Salduz gepubliceerd In het Staatsblad van vandaag is het "Uniform reglement verhoorbijstand Salduz in het kader van de permanentiedienst" van de Orde van Vlaamse Balies verschenen. In de toekomst zullen enkel advocaten die een bijzondere opleiding voor bijstand van verdachten tijdens het verhoor hebben gevolgd, nog ingeschreven kunnen worden op de permanentiedienst waarop een beroep wordt gedaan wanneer een advocaat wordt gezocht voor het verlenen van bijstand aan een gearresteerde verdachte. lees meer Criminis snelnieuws Dzivev e.a.: verplichting om btw-inbreuken doeltreffend te bestrijden verzet zich niet tegen uitsluiting onrechtmatig verkregen bewijs In de zaak Dzivev en andere (C-310/16) heeft het Hof van Justitie op 17 januari 2019 een interessant arrest uitgesproken over de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale strafzaken. In dit geval ging het om een onwettige beslissing tot telefoontap.

Het Hof stelt in essentie vast dat de lidstaten weliswaar moeten zorgen voor een daadwerkelijke bestrijding van inbreuken op de btw-wetgeving, maar dat dit niet verhindert dat onrechtmatig verkregen bewijs wordt uitgesloten, ook al is dat het enige bewijs op grond waarvan de verdachte kan worden veroordeeld.
lees meer
Criminis snelnieuws Grievenformulier mag niet te soepel maar ook niet te streng beoordeeld worden In een arrest van 5 maart 2019 (P.18.1158.N) heeft het Hof van Cassatie zich nog maar eens uitgesproken over het grievenformulier in strafzaken.

Om na te gaan of de grieven voldoende nauwkeurig zijn geformuleerd, moet de appelrechter rekening houden met de wijze waarop de appellant in het verzoekschrift of grievenformulier de grieven heeft vermeld. Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de rechter bij die beoordeling niet overdreven soepel mag zijn omdat anders de bedoeling van de wetgever om ondoordachte hogere beroepen te vermijden niet kan worden bereikt, maar dat hij evenmin overdreven formalistisch mag zijn omdat anders het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht van toegang tot de rechter dreigt...
lees meer
Deadline pilootarrest internering is verstreken Vandaag is het exact twee jaar geleden dat het pilootarrest W.D. tegen België van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) definitief is geworden. In dat arrest werd ons land veroordeeld voor de wijze waarop geïnterneerden worden behandeld in de Belgische gevangenissen. Er werd een termijn van twee jaar voorzien om orde op zaken te stellen en die termijn is nu dus voorbij.

Wij maken van de gelegenheid gebruik om de inhoud van het arrest W.D. nog even in herinnering te brengen, maar ook om stil te staan bij de figuur van het pilootarrest. En uiteraard kijken we ook even naar de huidige stand van zaken en het standpunt van...
lees meer
Ēcis t. Letland: ernstig ongelijke strafuitvoering mannen en vrouwen schendt de artikelen 14 en 8 EVRM In de zaak Ēcis t. Letland heeft het EHRM zich op 10 januari 2019 uitgesproken over de vraag of een verschillende behandeling van mannen en vrouwen bij de strafuitvoering al dan niet een schending oplevert van het EVRM.

De verzoeker zat in de gevangenis tussen 2002 en 2015. In 2008 verzocht hij om de begrafenis van zijn vader te kunnen bijwonen, maar dit werd geweigerd bij gebrek aan wettelijke grondslag. De verzoeker zat namelijk in een ‘maximum-security’ gevangenis en kwam daardoor naar Lets recht niet in aanmerking voor de gevraagde gunst. Naar aanleiding daarvan beklaagde hij zich erover dat andere wettelijke regelingen gelden bij de strafuitvoering van mannen dan het...
lees meer
Criminis snelnieuws Europees aanhoudingsbevel en detentie-omstandigheden In een  belangrijk arrest van 15 oktober 2019 (zaak C-128/18, Dumitru-Tudor Dorobantu), heeft de Grote Kamer van het Hof van Justitie zich uitgesproken over de vraag in welke mate bij de beslissing of de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel moet worden geweigerd, rekening moet worden gehouden met de detentie-omstandigheden in het land dat het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd. Ook de minimale ruimte waarover de gedetineerde in de cel moet kunnen beschikken, komt daarbij aan bod. lees meer zwijgrecht U hebt het recht om te zwijgen ... maar als u uw zwijgrecht gebruikt, riskeert u daarvoor wel tot vijf jaar gevangenisstraf In een arrest van 4 februari 2020 heeft het Hof van Cassatie beslist dat een verdachte die de toegangscode tot een informaticasysteem kent (bijv. zijn eigen gsm-toestel), maar weigert die op te geven ondanks een daartoe strekkend bevel van de onderzoeksrechter, strafbaar is. Dit arrest werd onmiddellijk opgepikt door de media en zal ongetwijfeld belangrijke gevolgen hebben voor de praktijk. Onze kritische en uitgebreide bespreking van het arrest is nu te lezen op Criminis. lees meer Infiltratie op het internet Een infiltratie op het internet houdt in dat gespecialiseerde politiediensten op het internet contacten onderhouden met een of meerdere personen waarvan er ernstige aanwijzingen bestaan dat zij feiten plegen die strafbaar zijn met minstens een jaar gevangenisstraf. lees meer Kan een verdachte gedwongen worden een smartphone of pc te ontgrendelen? Gelezen in HUMO: VRT-journalist Bart Aerts over de huiszoeking waarbij zijn iPhone in beslag werd genomen: “Ze hebben mij in Brugge gevraagd om mijn toegangscode en pincode op een papiertje te schrijven. Uiteindelijk heb ik mijn toegangscode gegeven. Ik was murw, ik had al die tijd niets gegeten. Ik dacht: ‘anders blijft het hier maar duren’. (…) Het gebeurde onder lichte dwang. Ze zeiden dat een team van specialisten er hoe dan ook in zou slagen mijn iPhone uit te lezen.” Hoe zit het nu eigenlijk met het uitlezen van smartphones en andere digitale apparaten in strafzaken en vooral: kan een verdachte verplicht worden om het toestel te ontgrendelen... lees meer Hasan Köse t. Turkije: straf met uitstel wegens ernstig politiegeweld schendt art. 2 EVRM In een arrest van vandaag (Hasan Köse t. Turkije) heeft het EHRM zich nogmaals uitgesproken over de positieve verplichting die op de overheid rust om voorvallen van ernstig politiegeweld te onderzoeken en te bestraffen.

De verzoeker werd samen met zijn broer op weg naar het werk gestopt door de wegpolitie. Toen zij om identificatie vroegen van de twee politieagenten, raakten de gemoederen verhit en begonnen de politieagenten de broers te slaan en maakten zij gebruik van traangas. Ze toonden geen identificatie, wat de broers deed vrezen dat ze te maken hadden met dieven die zich hadden vermomd als politie. Een van de broers trachtte een knuppel uit zijn wagen te...
lees meer
Huiszoeking De huiszoeking is een onderzoekshandeling die ertoe strekt om gegevens met betrekking tot misdrijven op te sporen en te verzamelen in privéplaatsen, dus plaatsen die door het recht op de eerbiediging van het privéleven zijn beschermd. lees meer Criminis snelnieuws Beroepsverbod kan ook opgelegd worden aan een rechtspersoon Artikel 7bis Strafwetboek somt de straffen op die kunnen worden opgelegd aan een rechtspersoon.

Die opsomming is echter niet volledig, zo blijkt uit een arrest van het Hof van Cassatie van 30 april 2019 (P.18.1265.N). Ook straffen die in bijzondere strafwetgeving zijn opgenomen, kunnen op rechtspersonen toepasselijk zijn en een voorbeeld daarvan is het beroepsverbod dat op basis van de wet beroepsuitoefeningsverbod kan worden opgelegd.
lees meer
Mini-instructie De mini-instructie maakt het toestaan en uitvoeren van dwangmaatregelen door de onderzoeksrechter mogelijk binnen het opsporingsonderzoek. lees meer Inverdenkingstelling Een formele inverdenkingstelling houdt dat in een onderzoeksrechter een verdachte ervan in kennis stelt dat er tegen hem ernstige aanwijzingen van schuld bestaan. Daarnaast bestaat ook een virtuele of impliciete inverdenkingstelling. lees meer Grondwettelijk Hof verfijnt strafrechtelijk gezag van gewijsde voor de burgerlijke rechter In een Valentijnsarrest van 14 februari 2019 heeft het Grondwettelijk Hof verduidelijkt dat het strafrechtelijk gezag van gewijsde zich er niet tegen verzet dat een definitief veroordeelde beklaagde die vervolgens is opgeroepen voor de burgerlijke rechter, in dat burgerlijk proces meegeniet van het bewijs van zijn onschuld dat geleverd wordt door een andere partij die niet bij het strafproces was betrokken. lees meer Criminis snelnieuws Duitse parketmagistraat onvoldoende onafhankelijk om Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen In twee belangrijke arresten van 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over het uitvaardigen van een bevel tot aanhouding door een magistraat van het parket. Daar waar in België over het uitvaardigen van een (Europees) bevel tot aanhouding wordt beslist door een onderzoeksrechter, gebeurt dat in sommige landen door een magistraat van het openbaar ministerie. Daarvan zegt het Hof van Justitie dat dit niet altijd verenigbaar is met de vereisten van het Unierecht, namelijk wanneer er onvoldoende waarborgen zijn dat de betrokken parketmagistraat de beslissing volstrekt onafhankelijk kan nemen.

Deze arresten hebben uiteraard grote gevolgen voor alle lopende zaken waarin Belgische onderzoeksgerechten (en ook buitenlandse gerechtelijke...
lees meer
Rechter moet GAS-boete kunnen verminderen bij verzachtende omstandigheden Uit een arrest van het Grondwettelijk Hof van 23 januari 2019 (arrest nr. 8/2019) blijkt dat GAS-boetes die worden opgelegd voor inbreuken op onder meer de regels inzake het stilstaan en het parkeren, door de rechter moeten kunnen worden verminderd tot onder het minimum als er sprake is van verzachtende omstandigheden.

Indien men voor dezelfde feiten voor de politierechter in een strafprocedure verschijnt, kan de rechter de geldboete verminderen door toepassing te maken van artikel 29, § 1, eerste lid, van de Wegverkeerswet. Het zou dus niet redelijk te verantwoorden vallen om iemand die een GAS-boete krijgt voor een zelfde feit, anders te behandelen (overweging B.7 van het arrest).
lees meer
Actieve informatieplicht inzake terrorisme voor personeelsleden OCMW is ongrondwettig In een arrest van vandaag heeft het Grondwettelijk Hof beslist dat de actieve informatieplicht inzake terrorisme, die in 2017 werd ingevoerd voor personeelsleden van (onder meer) een OCMW, strijdig is met het legaliteitsbeginsel. lees meer Ook de beklaagde beschikt voortaan over een volgberoep Het Grondwettelijk Hof heeft zich in een arrest van 6 juni 2019 (nr. 96/2019) nog maar eens uitgesproken over het in 2016 gewijzigde hoger beroep in strafzaken. In essentie komt deze beslissing erop neer dat het volgberoep waarover het openbaar ministerie beschikt, ook moet openstaan voor de beklaagde.

We staan stil bij de concrete gevolgen van dit arrest en de nieuwe vragen waartoe het leidt.

Onze conclusie: anders dan wat de wetgever destijds heeft aangekondigd, is het nieuwe hoger beroep geen quick win. Het is een epic fail.
lees meer
Venet t. België: laattijdige oproeping voor zitting Hof van Cassatie schendt art. 5.4 EVRM Bij arrest van 22 oktober 2019 (Venet t. België) werd ons land veroordeeld wegens een schending van artikel 5.4 EVRM.

In casu ging het om een inverdenkinggestelde die cassatieberoep had aangetekend tegen de handhaving van zijn aanhouding door de kamer van inbeschuldigingstelling, maar niet aanwezig kon zijn ter zitting van het Hof van Cassatie door de laattijdige ontvangst van de oproeping.
lees meer
Europees aanhoudingsbevel Een Europees aanhoudingsbevel maakt het mogelijk een verdachte te arresteren in een Europese lidstaat en over te leveren aan een andere lidstaat met het oog op vervolging of strafuitvoering. lees meer Grievenstelsel strijdig met het recht op toegang tot de rechter in geval van nieuw element In een belangrijk arrest van 16 mei 2019 heeft het Grondwettelijk Hof gepreciseerd dat de appelrechter ambtshalve een middel van openbare orde moet kunnen opwerpen "met betrekking tot het gegeven dat de feiten geen misdrijf zijn wanneer dat een gevolg is van een nieuw element dat is opgedoken na de indiening van het verzoekschrift in hoger beroep en wanneer de schuldvraag in dat verzoekschrift of in het grievenformulier niet is beoogd".

De beslissing van het Grondwettelijk Hof is volstrekt begrijpelijk. Het zou vrij kafkaiaans zijn dat de appelrechter een beklaagde niet kan vrijspreken als het gegeven dat het vervolgde feit geen misdrijf uitmaakt, blijkt uit een element dat pas is...
lees meer
Observatie Een observatie is het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen. lees meer Aangehoudene wiens overlevering n.a.v. een Europees aanhoudingsbevel wordt uitgesteld, moet niet noodzakelijk gedetineerd blijven In een arrest van 28 mei 2019 stelt het Grondwettelijk Hof vast dat artikel 20, §§ 2, 3 en 4, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel het gelijkheidsbeginsel schendt "in zoverre het aan de personen die krachtens een uitvoerbaar verklaard Europees aanhoudingsbevel in hechtenis worden gehouden en wier overlevering aan de uitvaardigende Staat wordt uitgesteld met toepassing van artikel 24 van de wet van 19 december 2003, opdat in België vervolging kan worden ingesteld wegens een ander feit dan dat waarop het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft, niet de mogelijkheid biedt om te verzoeken om hun voorwaardelijke invrijheidstelling of om hun invrijheidstelling tegen borgstelling, noch... lees meer voorrecht van rechtsmacht Kamer van inbeschuldigingstelling stuurt zaak met voorrecht van rechtsmacht opnieuw naar het Grondwettelijk Hof In een zaak behandeld door ons kantoor heeft de kamer van inbeschuldigingstelling te Gent bij arrest van 6 december 2018 (KI 2018/12/101) beslist om meer duidelijkheid te vragen aan het Grondwettelijk Hof over de toepassing van het voorrecht van rechtsmacht na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 22 maart 2018.

Met name wordt de volgende vraag voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof:

“Dient het arrest van het Grondwettelijk hof van 22 maart (GwH 35/2018) aldus begrepen te worden dat enkel een initiatief van de wetgever de vastgestelde schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door de artikelen 479, 483 en 503bis van het Wetboek van Strafvordering,...
lees meer
Retroactieve verlenging van verjaringstermijn is ongrondwettig In een arrest van 4 april 2019 bevestigt het Grondwettelijk Hof een principe dat evident lijkt maar in 2018 toch door de wetgever werd miskend: een verlenging van de verjaring van de strafvordering kan niet van toepassing worden verklaard op een datum die aan de publicatie van de wet in het Staatsblad voorafgaat.

Concreet gaat het hier om de wet van 6 maart 2018 tot verbetering van de verkeersveiligheid, die onder meer de verjaringstermijn voor de meeste verkeersdelicten heeft verlengd tot twee jaar.

Opgemerkt kan worden dat diezelfde wet ook nog andere bepalingen bevat die met miskenning van het legaliteitsbeginsel retroactief van toepassing werden verklaard ...
lees meer
Voorrecht van rechtsmacht Voorrecht van rechtsmacht is een bijzondere procedure die gevolgd wordt voor de berechting van magistraten (rechters en parketmagistraten) en hoge functionarissen (bijv. een provinciegouverneur). Bij uitbreiding is de procedure ook van toepassing op plaatsvervangende magistraten en op eenieder die samen met een magistraat wordt vervolgd. lees meer Kamer van inbeschuldigingstelling dan toch bevoegd bij voorrecht van rechtsmacht Het Grondwettelijk Hof legt bij arrest van 28 februari 2019 een eerder arrest uit en beslist dat een gerechtelijk onderzoek gevoerd tegen lagere magistraten wel degelijk moet leiden tot een regeling der rechtspleging door de kamer van inbeschuldigingstelling. lees meer Amanda Knox t. Italië: onvoldoende onderzoek naar mensonwaardige behandeling, gebrek aan bijstand en een te voortvarende tolk leiden tot oneerlijk proces Het verhaal van Amanda Knox is wellicht iedereen bekend. Deze Amerikaanse uitwisselingsstudente werd verdacht van de moord op Meredith Kercher in 2007 in Perugia (Italië) en zat hierdoor 4 jaar in de gevangenis in Italië. De zaak en het lange proces kregen heel wat media-aandacht. Na eerder te zijn veroordeeld, werd Amanda Knox uiteindelijk op 27 maart 2015 definitief vrijgesproken voor de moord bij arrest van het Italiaanse Hof van Cassatie. Op Netflix is intussen een documentaire te zien over de zaak.

Op 24 januari 2019 deed het EHRM uitspraak in de zaak Knox t. Italië. Dit arrest is een uitloper van de strafprocedure die in Italië tegen Amanda Knox...
lees meer