Criminis. Uw licht in het strafrecht. meer snelnieuws Cass. 5 maart 2019, P.18.1158.N Criminis. Uw licht in het strafrecht. meer snelnieuws Cass. 5 maart 2019, P.18.1158.N

Criminis. Uw licht in het strafrecht. meer snelnieuws Cass. 5 maart 2019, P.18.1158.N Criminis. Uw licht in het strafrecht. meer snelnieuws Cass. 5 maart 2019, P.18.1158.N

Grievenformulier mag niet te soepel maar ook niet te streng beoordeeld worden

13 MAART 2019

In een arrest van 5 maart 2019 (P.18.1158.N) heeft het Hof van Cassatie zich nog maar eens uitgesproken over het grievenformulier in strafzaken. Bij het aantekenen van hoger beroep, moeten de grieven die tegen het vonnis worden ingebracht, nauwkeurig worden opgegeven (zie art. 204 Wetboek van Strafvordering). Dat kan in een verzoekschrift of door het invullen van een grievenformulier.

Het is de appelrechter die moet nagaan of de grieven voldoende nauwkeurig zijn opgegeven. Daarbij moet hij rekening houden met de wijze waarop de appellant in het verzoekschrift of grievenformulier de grieven heeft vermeld.

Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de rechter bij die beoordeling niet overdreven soepel mag zijn omdat anders de bedoeling van de wetgever om ondoordachte hogere beroepen te vermijden niet kan worden bereikt, maar dat hij evenmin overdreven formalistisch mag zijn omdat anders het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht van toegang tot de rechter dreigt in het gedrang te komen (randnummer 6 van het arrest).

Wat dan dan precies betekent, is niet meteen glashelder en kan dus nog steeds tot verschillende invullingen door feitenrechters aanleiding geven. Het Hof van Cassatie heeft echter wel het laatste woord, aangezien het nagaat of de rechter uit de door hem gemaakte vaststellingen geen gevolgen trekt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

Zo werd in het geval dat aanleiding gaf tot het arrest van 5 maart 2019 beslist tot vernietiging van de beslissing omwille van een te formalistische invulling. In casu had de appellant op het grievenformulier het vakje “voorschriften betreffende de rechtspleging” aangevinkt. Volgens de appelrechters was de beslissing van de eerste rechter om een verzoek tot taalwijziging te verwerpen, daarmee niet aanhangig bij hen. Volgens het Hof van Cassatie echter wel (randnummer 7).

Deel dit bericht

Met Criminis snelnieuws proberen we u zo snel mogelijk in kort bestek op de hoogte te brengen van nieuwe evoluties in het strafrecht.

Hebt u zelf nieuws dat hiervoor in aanmerking komt?

Laat het ons weten