Hof van Cassatie stelt drie prejudiciële vragen over voorrecht van rechtsmacht

3 DECEMBER 2019

In een zaak behandeld door ons kantoor heeft het Hof van Cassatie in een arrest van 26 november 2019 (P.19.0811.N) drie prejudiciële vragen gesteld aan het Grondwettelijk Hof over het voorrecht van rechtsmacht.

In de zaak die aanleiding gaf tot het arrest, was een lopend opsporingsonderzoek omgezet in een gerechtelijk onderzoek gevoerd door een raadsheer-onderzoeksrechter naar aanleiding van de verdenking van een houder van het voorrecht van rechtsmacht. Na twee jaar onderzoek werd door het openbaar ministerie een voorstel tot minnelijke schikking gedaan aan deze laatste. Deze schikking werd aanvaard en betaald, wat leidde tot het verval van strafvordering voor de houder van het voorrecht van rechtsmacht. Daaropvolgend werd een medeverdachte door de procureur des Konings rechtstreeks gedagvaard voor de correctionele rechtbank.

Het Hof van Cassatie vraagt aan het Grondwettelijk Hof na te gaan of deze situatie, waarbij de procureur des Konings in een dergelijk geval rechtstreeks kan dagvaarden en daarbij kan steunen op bewijzen verzameld door een raadsheer-onderzoeksrechter terwijl aan de verdachte een regeling der rechtspleging wordt ontzegd, bestaanbaar is met de Grondwet.

Deel dit bericht

Met Criminis snelnieuws proberen we u zo snel mogelijk in kort bestek op de hoogte te brengen van nieuwe evoluties in het strafrecht.

Hebt u zelf nieuws dat hiervoor in aanmerking komt?

Laat het ons weten